Categorie archieven

Waar bemoei je je mee? (Blog)

11, dec, 2017

Als vrijwilliger in de wereldwinkel werd ik afgelopen week geconfronteerd met een bijzondere klant. Ze kwam binnen, stond een half uur bij de beeldjes en rekende twee beeldjes af. Ook vroeg ze of ik ze als cadeautje wilde inpakken. Daarna vertrok ze. Na 10 minuten kwam ze terug. Ze ging weer voor de plank met beeldjes staan en na enkele minuten kwam ze bij de kassa. Ze wilde een gekocht beeldje ruilen voor een duurder beeldje. Die vond ze toch mooier. Dat kon natuurlijk en na alles geregeld te hebben ging ze weer weg. Na 10 minuten kwam ze weer binnen. Ze gaf aan het ingeruilde beeldje toch ook te willen kopen. En of we die ook als cadeautje wilden inpakken.

Aan alles kon ik merken dat ze een kwetsbare vrouw was. Toen ze de winkel weer verliet vertelde mijn collega in de winkel dat er onder de vrijwilligers over haar gesproken wordt. Dan is ons dorp klein. Ze weten dat ze beschermd woont en werkt en een beperking heeft. En dat ze niet veel uit te geven heeft. Toch komt ze regelmatig in de winkel en koopt van die mooie hebbedingetjes. De vrijwilligers maken zich zorgen over haar. Geeft ze niet te veel geld uit in de winkel waardoor ze geen geld overhoudt voor haar basisuitgaven? Maar kun je dat zomaar aan haar vragen in de winkel? Aangeven dat je bezorgd bent en denkt dat ze wellicht haar geld beter zou kunnen gebruiken? Waar bemoei je je dan mee?

Mijn collega en ik bespraken zo de voors en tegens. Het is toch not done om je te bemoeien met een aankoop van iemand die het nog netjes betaald ook omdat je vermoedt dat het iemand in de financiële problemen zou kunnen brengen? Maar wie zou dat anders moeten aangaan met die persoon?

Een ander voorbeeld is dat ik over een man hoorde die bij een verzorgingshuis woont en ambulante begeleiding krijgt van een derde partij. Deze partij werd gebeld dat het toch niet kan dat hij zoveel drinkt en voor overlast zorgt bij de buren. Blijkt hij zijn drank te kopen in het winkeltje van datzelfde verzorgingshuis. Tja, wie moet nu ingrijpen? Kan het winkeltje een verbod krijgen om hem drank te verkopen? En moet dat winkeltje dan bijhouden wat aan wie wel en wat niet verkocht mag worden? En dan verplaatst de vraag zich naar een supermarkt in de buurt, wat dan?

Wat zou het mooi zijn als je gewoon in gesprek zou kunnen gaan met deze kwetsbare mensen. Uit positieve nieuwsgierigheid in contact gaan. Zodat de persoon aangesproken wordt en het niet achter zijn rug om gebeurt. Maar daar valt nog wel handelingsverlegenheid te overwinnen!

Ria Brands

Waar zit je als rolstoeler eigenlijk in de bioscoop? (Blog)

22, nov, 2017

Als fervente bioscoopbezoeker, ik heb een abonnement bij Vue-bioscopen, begin ik wat vertrouwd te raken met onze bioscoop in Apeldoorn. Leuk personeel en door er vaak te komen raak ik vertrouwd met het gebouw en de omgeving. Ik loop niet meer een half uur van te voren binnen en weet precies wanneer ik er moet zijn om op tijd te zijn. De reclame’s heb ik nu wel gezien. De voorfilms wil ik nog wel graag meenemen.

En zo zit ik dan ook wat meer rond te kijken en zie dingen die je anders niet meteen zo op vallen. Opeens viel mijn oog op een soort oprijplanken die bij de nooduitgang liggen. Wauw, er is gedacht aan rolstoelers die het pand moeten verlaten. Ik ben trots op mijn bioscoop. Ik neem een foto en zet die op Twitter. Mijn bioscoop heeft over de toe- en uitgankelijkheid nagedacht.

Een andere keer staat er een rolstoel voor de rij stoelen. Hij is leeg. Aan het einde van de film zie ik een man wat hinkelend en steunend op de stoelen van 5 rijen hoog naar beneden, en naar blijkt zijn rolstoel, hobbelen. Tja, er is dus geen oprijplank naar de stoelen hoger dan de voorste rij. Als je gebonden bent aan een rolstoel zal je altijd op de benedenste rij moeten zitten. Er kunnen daar in sommige zalen wat stoelen weggehaald worden. Ben je een beetje mobiel, dan kun je dus enigszins naar boven strompelen, anders niet. Nooit eens de film kunnen kijken zonder heel dichtbij te zitten en wellicht nekkramp te krijgen?

In de Vue Deventer ging ik dat ook eens bekijken. Je komt in de meeste zalen van achteren binnen. Dus daar speelt dit onderwerp niet. Wel moet je weer op een andere manier eerst op de derde verdieping zien te komen waar de bioscoop is. De toegankelijkheid lijkt daar top, maar ik weet niet of de uitgankelijkheid daar goed is geregeld. Als de lift het niet doet sta je vast en wat dan?

Ik ben nog redelijk goed ter been en heb gelukkig de mogelijkheid om te kiezen waar ik heen ga en te kiezen voor de beste stoelen in de bioscoop. Voor mij zijn dat de achterste rijen in het midden omdat ik dan zo lekker overzicht heb over de hele film. Ik voel me gelukkig dat ik de mogelijkheid heb om te kiezen dat ik daar kan zitten. Maar wat als je toch steeds weer overgeleverd bent aan de situatie en aan andere mensen om ergens toegang toe te kunnen krijgen? Ik heb grote bewondering voor de mensen die ik ken die daar doorlopend mee te maken hebben en ook nog zoveel positiviteit uitstralen.

Ria Brands

‘Loverboys’ in Apeldoorn: Bijna alle meiden gingen mee

24, apr, 2017

Bron: artikel De Stentor 22 april 2017

Op de kermis van Apeldoorn zijn vrijdagavond ‘nep-loverboys’ ingezet door de politie. Verschillende meiden tussen de 13 en 15 jaar zijn aangesproken voor een fotoshoot, en bijna alle meiden ging mee.

De actie is een initiatief van de politie, MEE, Stimenz en Veilig thuis. De meiden werden op de kermis gevraagd of ze mee wilden doen aan de fotoshoot, in verband met opnames van een nieuw TV-programma.  Lees hier het volledige artikel

Gastlessen op scholen
Om jongeren voor te lichten over de gevaren, geeft MEE gastlessen op scholen over sexting, sextortion, grooming, loverboys en de rol van social media hierbij. Dit aantal neemt nu al rap toe. Jongeren zijn zich niet bewust van de effecten van het doorsturen van naaktfoto’s. Vanuit ethisch opzicht niet, maar ook niet vanuit juridisch opzicht (kinderporno, dus strafbaar). Voor leerkrachten is het tegelijkertijd ook een lastig onderwerp; kennis, maar ook handelingsverlegenheid spelen hierbij een rol.

Vraag hier een gastles aan!

Derde kerstdag

27, dec, 2016

Hanneke, consulent (MEE Plus)

Elk jaar zie je het weer: versierde bomen, lichtjes in huis, kleding met glitters in de winkel, dansende kerstmannen… Voor de meeste mensen een prachtige tijd vol gezelligheid, familie, vrienden en warmte van de mensen om je heen.

Jammer genoeg geldt dit niet voor iedereen. Half november vorig jaar was ik bij een gezin met drie kinderen. Alle drie jongens met ‘genoeg energie voor een dag van 48 uur’ zoals moeder het zo mooi zei. De oudste van 8, Frank, had daarnaast een dubbele diagnose: autisme en adhd. Het gesprek verliep anders dan de andere gesprekken die we hadden gehad. Ik merkte dat moeder meer dan gebruikelijk gehaast was, snel sprak en kortaf reageerde. Wanneer ik dit vertel, legt ze uit dat het komt door de ‘december-drukte’, die in het gezin start met de eerste aflevering van het Sinterklaasjournaal. Zij en haar man proberen het buiten de deur te houden, maar met twee kinderen op school kunnen ze er niet meer om heen.

Prikkels beperken en overzicht houden
Door de jaren heen hebben ze geleerd de schade te beperken. Ze zorgen voor een duidelijk planning voor de kinderen. Hebben schoenzetkalenders, cadeaus ingepakt in doorzichtig folie, de afspraak met Sinterklaas dat hij al ruim voor 5 december bij ze langs komt en extra bezoekjes aan speeltuinen en het bos. Wanneer we hierover in gesprek zijn, merk ik dat de ouders al het nodige doen om prikkels te beperken en het voor de kinderen zo overzichtelijk mogelijk te houden. Als ik moeder vraag waar ze het meeste tegenop ziet is ze duidelijk: “Tweede kerstdag, bij mijn ouders.”

Kerstdiner met 26 mensen
Tradities zijn erg belangrijk in de familie van moeder. Eén van de tradities is een kerstdiner waarvoor iedereen wordt verwacht in het ouderlijk huis. In plaats van de zes gangen zijn het er nog maar drie, maar moeder krijgt er alsnog de zenuwen van. Ze vertelt over het jaar ervoor. Als ze aan het praten is, zie ik het bijna voor me: een woonkamer waarin extra tafels en stoelen staan met opa, oma, 10 volwassenen en 14 kinderen. Daar zou ik zelf al moeite mee hebben, laat staan een kind van 8 met autisme en adhd dat toch al gespannen is. Vorig jaar ging er glaswerk om toen er te druk werd gespeeld. Aangezien Frank op dat moment net een misstap zette en struikelde over een kleed, was hij de schuldige.

Als ik zie hoe veel spanning moeder nú al heeft, anderhalve maand van te voren, vind ik het verstandig hier over door te praten. Dan blijkt het kerstdiner al jaren een grote stressfactor te zijn. Moeder en vader merken aan de reacties van de andere volwassenen dat zij vinden dat hun drie kinderen te druk zijn. De andere kinderen zijn rustiger, maar laten zich wel meeslepen door Frank en zijn broertjes.

Kan dit wel?
Tijdens ons gesprek, vraag ik aan moeder of ze hier wel eens met vriendinnen over heeft gesproken. Ze zegt het er met haar buurvrouw over gehad te hebben. Omdat zij zo dichtbij woont, weet ze hoeveel geluid de kinderen kunnen maken. De buurvrouw had gezegd dat ze dan maar niet moet gaan. Moeder zegt dit verontwaardigd. Bewust laat ik een stilte vallen. Daarna vraag ik was ze van dat idee vindt. Ze wil iets zeggen, zwijgt even en dan: “Dat kán toch niet?”

Half januari ga ik weer op huisbezoek. Ontzettend benieuwd hoe tweede kerstdag uiteindelijk is verlopen. Moeder doet open met een opgewekt gezicht. Binnen zit de buurvrouw. De buurvrouw die een fantastische steun blijkt te zijn geweest. Moeder vertelt dat ze na afloop van ons gesprek veel heeft nagedacht over het kerstdiner. Begin december, na een pittig weekend, heeft ze haar moeder gebeld om te vertellen dat ze dit jaar het kerstdiner op tweede kerstdag over zouden slaan. Ze opperde meteen om op 27 december op bezoek te komen. Het was duidelijk dat oma niet blij was met dit telefoontje. Toch ging ze akkoord.

Derde kerstdag
Moeder straalt als ze vertelt over derde kerstdag. Het huis was weer op orde, opa en oma hadden alle tijd voor de kinderen en Frank voelde zich niet gedwongen zich te meten met zijn oudere neefjes. Hij had de rust om met een Donald Duck op zijn vaste hoekje op de bank weg te kruipen.

Opa en oma vonden het raar dat één van de kinderen met haar gezin ontbrak tijdens het diner, maar het was alsnog druk genoeg. En er was zoveel over, wel makkelijk dat nu de restjes meteen opgemaakt konden worden. Misschien dat het vaker zo zou kunnen?

En wat als je het niet herkent?

30, nov, 2016

Raymond Schrijver, accountmanager MEE IJsseloevers

  • Dan is de kans groot dat iemand niet voor de tweede keer aan je balie komt;
  • Dan is de kans reëel dat iemand in een sociaal isolement terecht komt;
  • Dan ervaart deze persoon dat hij/zij van het kastje naar de muur gestuurd wordt;
  • Dan heeft je afspraak opnieuw niet alle spullen bij zich en denk jij geïrriteerd: ‘Dit had ik toch uitgelegd?!’;
  • Dan komt je afspraak opnieuw te laat. ‘Volgens mij wordt het tijd om boos te worden’;
  • Dan komt deze persoon afspraken niet na. ‘Hij wil gewoon niet en doet dit bewust’;
  • Dan komt je afspraak helemaal niet opdagen. ‘Hij is totaal niet gemotiveerd’;
  • Dan wordt je klant/cliënt snel boos, terwijl je het toch echt goed uitgelegd hebt.

Wat de gevolgen zijn van het niet herkennen van iemand met een licht verstandelijke beperking (LVB), is zeer verschillend. Maar dat de gevolgen groot zijn, zie ik vanuit mijn werk bij MEE IJsseloevers en MEE Veluwe dagelijks. Ik hoor te vaak organisaties die zeggen dat ze de doelgroep wel kennen, ervaring hebben met de doelgroep. Of ze zeggen mensen met een LVB helemaal niet te zien. Ik verbaas mij er elke keer weer over als ik met deze mede professionals in gesprek ga. Als je ze niet herkent, is er ook geen probleem.

Een eyeopener? Vast niet! Maar sinds in 2015 de drie decentralisaties plaats hebben gevonden, wordt van burgers wel verwacht dat zij op eigen kracht uit de problemen komen. Er wordt verwacht dat ze zelf de vraag stellen. Die zogeheten ‘participatiesamenleving’ levert voor mensen met LVB juist minder kansen op. Mijn ervaring is namelijk dat het vertrouwen op die eigen kracht in eerste instantie nu juist het probleem is. Mensen met LVB vinden het namelijk heel lastig om een hulpvraag te stellen. De maatschappij wordt steeds ingewikkelder en sneller. Er wordt ook meer en meer verwacht van iedere individu. Dat een grote groep steeds moeilijker mee kan komen, baart mij zorgen. Zij hebben hier de juiste ondersteuning bij nodig. Laagdrempelig. Door een professional die daadwerkelijk kan aansluiten bij de belevingswereld van iemand met LVB.

Mensen met een lichte verstandelijke beperking kampen namelijk vaak met meervoudige problemen. Er zijn vele factoren bij de persoon in kwestie én diens omgeving aanwezig die het dagelijks functioneren veelal negatief kunnen beïnvloeden. Door de complexiteit van de problematiek en het vaak ontbrekende sociale netwerk, heeft deze groep langdurige, vaak blijvende behoefte aan ondersteuning*. Dit begint bij kennis. Kennis in het herkennen en omgaan met mensen met LVB. Maar als je geen probleem denkt te hebben, omdat je ze niet herkent, dan is de cirkel weer rond.

Wat zou het mooi zijn als jullie ze wel zouden herkennen. Want als je het wel herkent, dan wordt iemand gezien. En als je iemand ziet, kun je ontmoeten en daadwerkelijk iets voor hem of haar betekenen. Het begint bij herkennen. Maar succes valt of staat met ontmoeten. Wat gun ik mensen met LVB dat zij iemand ontmoeten die dit kunstje onder de knie heeft. Diegene die dat wil ontdekken, nodig ik van harte uit mij te ontmoeten.

*Bron: http://www.meezhn.nl/media/1157/whitepaper-lvb.pdf

VN verdrag voor mensen met een beperking

03, okt, 2016

Patrick Schmidt, Medewerker projecten bij MEE IJsseloevers en MEE Veluwe

Hoe pakt het VN Verdrag voor mensen met een beperking in de praktijk uit?

In dit blog zoom ik graag in op het VN-verdrag voor mensen met een beperking, waar Nederland zich per 14 juli 2016 aan geratificeerd heeft. In dit verdrag is afgesproken dat alle overheden, bedrijven en organisaties in Nederland ervoor moeten zorgen dat ze fysiek en voor wat betreft de dienstverlening toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Dat de Nederlandse regering zich gecommitteerd heeft aan dit VN-verdrag vind ik een goede zaak. Maar voordat wij dit VN-verdrag in Nederland volledig tot uitvoering kunnen brengen hebben we nog een lange weg te gaan.

Openbaar vervoer
Ik heb zelf een lichamelijke beperking waardoor ik volledig rolstoel gebonden ben. Dagelijks merk ik, zowel privé als in mijn werk, dat de toegankelijkheid voor mensen met een beperking goed geregeld is maar dat het nog beter kan.

Zo heeft in de afgelopen jaren het openbaar vervoer bijvoorbeeld een grote stap voorwaarts gemaakt. Tegelijkertijd zijn wij er in Nederland nog niet in geslaagd om de perrons zo te maken, dat iemand met een rolstoel in en uit de trein kan zonder gebruik te hoeven maken van de assistentieverlening. Dat blijft mij verbazen.

Toegankelijkheid van gebouwen
Als we kijken naar de fysieke toegankelijkheid van openbare gebouwen in Nederland valt er ook nog een duidelijke slag te maken. In veel gebouwen of op de toegangswegen, zijn er obstakels die ervoor zorgen dat mensen met een beperking hulp moeten vragen. Dat zou niet nodig zijn wanneer de openbare voorzieningen beter afgestemd zouden zijn op mensen met een beperking.

Denk bijvoorbeeld aan een veel te steil pad dat je moet nemen om bij een kantoor te komen. Of deurbellen die zo hoog hangen dat je er vanuit je rolstoel niet bij komt. Ook in de gebouwen zelf kom je vaak niet overal bij. Denk hierbij aan kasten of keukenblokken die te hoog zijn waardoor je niet bij de kopjes en de koffieautomaat komt.

Invalidetoilet als extra magazijn
Op de openbare plekken waar ik kom, maak ik het helaas vaak mee dat er wel een invalidentoilet is, maar dat dit toilet gebruikt wordt als een extra magazijn. Het staat volgepropt met spullen. Het gevolg is dat het niet meer gebruikt kan worden als invalidetoilet omdat je er met je rolstoel niet meer in komt. Dan moet je er als bedrijf of instelling geen bordje invalidentoilet op zetten. Plak er dan een bordje “extra magazijn” op. Ik roep alle bedrijven en instellingen in Nederland op om in het kader van het VN-verdrag dit soort faciliteiten te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn.

Begrijpelijke formulieren
Buiten de fysieke toegankelijkheid behelst het VN-verdrag ook dat de dienstverlening van bedrijven, overheden en instellingen toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Denk bijvoorbeeld aan formulieren die digitaal ingevuld kunnen worden. Dit zou op sommige punten zeker nog meer en vooral makkelijker kunnen. De digitalisering heeft ons veel gebracht maar niet alle digitale platforms zijn voor mensen met een handicap te bedienen of te begrijpen. Het is daarom van belang dat er meer geluisterd gaat worden naar mensen met een handicap om te kijken wat zij nodig hebben om beter gebruik te kunnen maken van digitale platforms zoals bijvoorbeeld DigiD.

Inzet ervaringsdeskundigen
Om ervoor te zorgen dat ervaringsdeskundigen met een handicap hier onder andere meer stem in krijgen, is MEE het project Ervaar MEE gestart. Een pool van ervaringsdeskundigen wordt ingezet naast de professionals van MEE. Vanuit het project gaan de komende maanden ervaringsdeskundigen op verzoek van verschillende gemeentes en bedrijven de toegankelijkheid binnen deze bedrijven en gemeentes testen. Zij kunnen advies geven waar de toegankelijkheid goed is en waar het nog beter kan om te voldoen aan het VN- verdrag.

Begin bij jezelf
Dit zijn natuurlijk hele mooie eerste stappen naar aanleiding van het VN- verdrag. MEE heeft zelf intern ook nog stappen te zetten om volledig te kunnen voldoen aan de eisen van het VN-verdrag. Wij gaan hier de komende maanden intern en extern heel hard mee aan de slag, zodat wij zelf het goede voorbeeld kunnen geven. En om bedrijven, instellingen en gemeentes ertoe te bewegen om hun toegankelijkheid voor mensen met een beperking te verbeteren.

Heel Nederland VN-proof
Het zal zeker nog een hele tijd duren voordat heel Nederland VN-proof is. Maar als iedereen hier het belang van in ziet, kunnen we ervoor zorgen dat uiteindelijk heel Nederland beter toegankelijk wordt voor mensen met een beperking. Ik ben ervan overtuigd dat er een dag komt dat heel Nederland voldoet aan dit VN-verdrag. In een volgend blog kijk ik graag met u terug op de stappen die MEE hierin de komende maanden gaat zetten.

Patrick Schmidt
Medewerker projecten bij MEE IJsseloevers en MEE Veluwe

Werken en hersenletsel – Janine Berger

11, jul, 2016

Janine Berger, gedragswetenschapper en trainer MEE IJsseloevers

De cijfers liegen er niet om. Jaarlijks krijgen zo’n 160.000 mensen NAH; Niet Aangeboren Hersenletsel. De oorzaken kunnen divers zijn. De gevolgen zijn regelmatig blijvend, onzichtbaar en daardoor onderschat of gemist. Veel van deze mensen waren gewoon werkzaam voor zij het letsel of de aandoening kregen. Ergens in het proces van herstel komt dan de vraag naar boven: kan ik mijn werk weer oppakken?

Dat gaat voor velen niet zomaar. Slechts 40% van degenen die werkzaam waren voor het letsel optrad, is na twee jaar weer aan het werk (bron: CBO Richtlijn NAH en Arbeidsparticipatie). Dat geeft aan dat de vraag niet alleen relevant is voor de werknemer zelf of de omgeving, maar ook voor werkgevers. Werk is voor veel mensen naast een bron van inkomsten ook een zinvolle bezigheid, een plezierige tijdsbesteding en het gevoel een bijdrage te leveren aan de samenleving. Het is dus om meerdere redenen van groot belang serieus te kijken naar de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer met NAH.

Langdurige gevolgen
Van NAH is bekend dat veel mensen nog lang, en soms blijvend, kampen met concentratieverlies en vermoeidheid. Ook het schakelen tussen taken of werken onder tijdsdruk gaat minder soepel dan voorheen, omdat de informatieverwerking trager verloopt. Denk ook aan sociale gevolgen: wellicht lukt het werken in een groot team of op een kamer met meerdere collega’s niet meer omdat dat te veel prikkels oplevert.

Gevaar van overschatting
Helaas zijn dit soort aspecten van functioneren aan de buitenkant niet af te lezen. Dat betekent soms een ingewikkelde beoordeling om te zien wat iemand nog kan, of iemand terug kan keren in zijn oude baan en welke aanpassingen er wellicht nodig zijn. Als je het al ziet. Want ook professionele beoordelaars blijken (volgens gegevens van de Hersenstichting) met enige regelmaat de plank mis te slaan. Dat leidt tot een overschatting van de werknemer met alle vervelende consequenties van dien.

Informatieve website
Voor iedereen die te maken heeft met de combinatie hersenletsel en arbeid is er sinds een kort een mooie, overzichtelijke en informatieve website in gebruik genomen, mogelijk gemaakt door de Hersenstichting: www.werkenmethersenletsel.nl. Hierin staat veel nuttige informatie voor werknemers, werkgevers en andere professionals die met dit onderwerp te maken hebben.

Herkennen en inschatten
Hersenletsel beter herkennen en inschatten levert veel op. Niemand van al de betrokkenen is immers gebaat bij vastlopende werksituaties, arbeidsconflicten of steeds weer moeten “verdedigen” dat bepaalde aanpassingen echt nodig zijn. Het gaat om een grote groep mensen, waarbij met creatieve oplossingen en aanpassingen veel mogelijk is. Dat begint met deskundigheid en een goede inschatting.

Inzet ervaringsdeskundige succesvol

06, jul, 2016

“Wat ben jij fantastisch!”

Onlangs schakelde een consulent van MEE een ervaringsdeskundige vanuit de Ervaar MEE poule in bij een bezoek aan een cliënt. Dit bleek een daverend succes. Zowel voor de cliënt, de consulent en de ervaringsdeskundige zelf. Haar terugkoppeling geeft veel inzicht.

De consulent van MEE vertelde de ervaringsdeskundige: “Wat ben jij fantastisch! Mijn cliënt, die helemaal vastzat en niet in beweging wilde of durfde te komen, zegt een doorbraak te hebben gehad. Je hebt haar enorm na laten denken en haar uitgedaagd. Uitgedaagd om een lastige proces aan te gaan, namelijk het veranderen van de invulling van haar agenda en het loslaten van oude routines/overtuigingen. Dit vanuit je eigen ervaring en bevindingen. Ze gaf aan dat ze zich voor het eerst begrepen voelde, daar waar ze altijd dacht dat ze gek en lastig was. ‘Ik ben dus niet de enige’, zei ze blij. Ik had haar dat niet kunnen geven. Ik heb immers niet het proces doorgemaakt waar zij inzit. Je hebt dus een zeer waardevolle en onmisbare aanvulling in dit traject gegeven! Daarvoor wil je je hartelijk bedanken. Ik ga je zeker weer vragen!”

Lees meer over de inzet van ervaringsdeskundigen.

“LVB-jongeren vallen te makkelijk buiten de boot” Gemeente Noordoostpolder heeft primeur!

17, feb, 2016

Raymond Schrijver, accountmanager MEE IJsseloevers

2 februari 2016: Pieter Hilhorst en Jos van der Lans trekken in hun reeks over de beloften van de decentralisaties aan de bel: kort gezegd, een specifieke groep jongeren tussen pakweg de 16 en 25 jaar past de nieuwe aanpak, waarbij generalisten tot individueel maatwerk moeten komen, niet. Volgens Hilhorst en Van der Lans gaat het “hier om jongeren die via het speciaal onderwijs hun route naar volwassenheid volgen. Maar je vindt ze niet alleen daar, ook in het vmbo vallen ze op door bijvoorbeeld overmatig schoolverzuim. Een beetje gemeente mag toch al gauw op een jaarlijkse toestroom van een kleine honderd jongeren uit deze categorie rekenen”. Ze constateren dan nieuw aangetreden professionele troepen in het sociale domein de grootst mogelijke moeite hebben om op deze categorie greep te krijgen, hetgeen versterkt wordt door het overschrijven van de leeftijdsgrens van 18 jaar en daarmee het moeten verhuizen van de ene koker naar de andere koker.

In hun artikel pleiten ze dat deze, verre van geringe, groep jongeren een risicogroep vormt die eigenlijk gebaat is bij ‘een vinger aan de pols’. Een soort levenscoach, die tegelijkertijd aanspreekpunt en vertrouwenspersoon is, maar ook tijdig kan opschalen naar professionele ondersteuning als de boel ontspoort. Want “niet zelden zijn ze licht verstandelijk beperkt, slagen hun ouders er niet in om eenduidig richting te geven en hebben ze moeite om overeind te blijven.” Het zou kunnen voorkomen dat deze jongeren gaan zwerven, drugs of drank gaan gebruiken, verwikkeld raken in het criminele circuit of op een andere manier verwijderd raken van stabiele en gezonde sociale netwerken. Maar, om de lat nog een tandje hoger te leggen, zou het moeten gaan om een concept waarin problemen niet direct opgelost worden door professionals, maar door een samenspel tussen informele en formele krachten.

Terecht besluit het artikel met de vraag: welke gemeente neemt het initiatief?

En zie hier de primeur. De gemeente Noordoostpolder heeft als eerste gemeente ingestemd met de inzet van een MEE Levenscoach voor mensen die, als gevolg van bijvoorbeeld een licht verstandelijke beperking of autisme, levensbreed en levenslang behoefte hebben aan en baat hebben bij ondersteuning. Een coach die structureel op essentiële kruispunten aanwezig is. Want uit onderzoek blijkt dat uitval zelden gerelateerd is aan bijvoorbeeld school of werk.

De MEE Levenscoach denkt samen met de betrokkene(n) na over de toekomst. Hierdoor komt er zicht op de gevolgen van de beperking op de jongere of het gezin en er komt zicht op een passend aanbod van behandeling of ontwikkeling. Door op structurele momenten, levensdomein doorbrekend en laagdrempelig in gesprek te gaan, voorkom je langdurige afhankelijkheid van voorzieningen op het moment dat preventieve inzet nog mogelijk is. Het direct mobiliseren van het informele netwerk om iemand heen, als onderdeel van de werkwijze, zorgt daarnaast voor een duurzame borging op lange termijn. Waarbij de professional alleen op die momenten ingezet wordt, waar dat nodig is. Een voorbeeld pur sang van het resultaat van flexibel kunnen op- en afschalen, dé transformatieopdracht.

Eindelijk een gemeente die daadwerkelijk de mogelijkheid biedt, handen en voeten te geven aan een visie die vaak door iedereen wordt omarmt, maar zelden in de praktijk wordt uitgevoerd. Wie volgt?

Video interactiebegeleiding: beelden zeggen meer dan woorden – Annemiek de Jong

24, mrt, 2015

Annemiek de Jong, Trainer, AIT opleidingscoördinator VHT en VIB

Video interactiebegeleiding: beelden zeggen meer dan woorden

Tijdens een Werk Ontwikkelings Kring (WOK) voor geschoolde professionals in de methodiek van de Video hometraining (VHT) en Video interactiebegeleiding (VIB) staan we, via beeld-voor-beeld analyse, stil bij de vragen van de deelnemers. De bijeenkomst vindt plaats onder supervisie van Annemiek de Jong, opleidingscoördinator VHT en VIB. Een coach uit de gehandicaptenzorg brengt de volgende vraag in: “Hoe kan ik een pedagogisch medewerker ondersteunen in de omgang en het contact maken met een volwassen cliënt met wie het contact vaak zeer moeizaam verloopt? Hij is vaak boos, loopt de ruimtes uit en is heel fysiek naar het personeel.”

Het beeld gaat aan. We zien een groepssituatie waarbij de volwassen cliënten samen met de begeleiding aan tafel zullen gaan voor wat drinken met wat lekkers. Een dagelijks terugkerend ritueel met wisselend succes. Eén van de cliënten zit op de bank in de ruimte, beweegt heen en weer en slaat met zijn handen tegen zijn hoofd. Hij maakt daarbij kreunende geluiden. De begeleidster staat op 3 meter afstand, kijkt zijn richting op en roept vriendelijk zijn naam met de vraag of hij haar wil helpen met tafeldekken. Geen reactie, het lijkt op het eerste gezicht dat hij haar niet hoort. De man beweegt steeds onrustiger heen en weer. Dan loopt de begeleidster naar hem toe, noemt weer zijn naam en gaat rustig naast hem zitten. Hij kijkt haar richting op, stopt met bewegen en pakt haar hand stevig beet. Zij blijft rustig tegen hem praten en we zien hem zijn hoofd heel even op haar schouder leggen. Vervolgens benoemt de leidster dat zij samen de tafel gaan dekken, maakt het bijbehorende gebaar en wijst naar de bekers en de tafel. Dan staat zij op met een uitnodigende houding. De cliënt staat ook op en loopt met haar mee, terwijl hij dicht naast haar blijft.

Analyse
Het beeld wordt stopgezet. We hebben niet meer dan een minuut gekeken. De kijkers reageren met “wat valt er veel te zien!”. Het fragment wordt terug gespoeld en de inbrenger start met de analyse van de beelden. We bekijken welke contact-initiatieven er genomen worden, wie dat doet, op welke toon en met welke houding. Vervolgens kijken wat het effect hiervan is op de ander. Na het beeld enkele keren opnieuw teruggespoeld te hebben ontdekken we dat wanneer de begeleidster op afstand zijn naam noemt, hij wel degelijk even vluchtig en met een angstige blik haar kant op kijkt waarna hij weer hard heen en weer gaat wiebelen. Op het moment dat de leidster naast hem zit zien we de ontspanning op zijn gezicht en in zijn houding. Een geslaagd contactmoment waarbij de leidster intuïtief lijkt te hebben aangevoeld wat hij van haar nodig had.

Prettig contact
De coach is blij met deze ontdekking in het fragment en is vastbesloten dit fragment met de begeleidster te bespreken om ook haar te laten ontdekken welke communicatieve vaardigheden zij heeft ingezet om het contact met deze cliënt prettig te laten verlopen. Zij geeft tevens aan dat de beeld-voor-beeldanalyse haar weer scherpt in het ontdekken van antwoorden op de vragen.

Meer informatie
Meer weten op de Opleiding Video hometraining of Video interactiebegeleiding, Nascholing of Training effectief communiceren? Neem gerust contact op met:

Annemiek de Jong
Consulent MEE Veluwe/lid wijkteam Apeldoorn NO
Trainer, AIT opleidingscoördinator VHT en VIB en Aandachtsfunctionaris Autisme
T 055 526 9200