Archief voor maart, 2015

“Levensbrede aanpak bij Autisme bespaart Miljoenen”

16, mrt, 2015

Janine Berger, Gedragswetenschapper MEE IJsseloevers en Trainer MEE Samen

“Levensbrede aanpak bij Autisme bespaart miljoenen”. Dat was de kop van een bericht dat ik vanochtend las en waar ik erg vrolijk van werd. Elke euro die geïnvesteerd wordt in een integrale aanpak van de ondersteuning voor mensen met autisme levert vier euro èn meer levensgeluk, eigen regie en maatschappelijke participatie op. Die cijfers kwamen mij bekend voor. Een aantal jaren geleden is er een onderzoek geweest naar de dienstverlening van MEE met vergelijkbare uitkomsten: elke geïnvesteerde euro levert er vier op. Aangezien MEE al jaren uitgaat van nut en noodzaak van een integrale aanpak over verschillende levensgebieden, sluiten deze onderzoeken naadloos op elkaar aan.

Het onderzoek met betrekking tot autisme is een maatschappelijke businesscase, uitgevoerd in opdracht van de Werkgroep Vanuit Autisme Bekeken (www.vanuitautismebekeken.nl, voor wie alles wil lezen). Waarom zijn dit soort onderzoeken zo belangrijk? Ze laten zien dat een bepaalde visie niet alleen mooi klinkt op papier, maar wel degelijk praktisch uitvoerbaar is en tot positieve resultaten leidt. Met een integrale aanpak wordt bedoeld dat er geen losse stukjes aangepakt worden. Een probleem in het leven van een cliënt dient zich zelden geïsoleerd aan. Als het op school niet lekker loopt, heeft dat ook thuis z’n weerslag. Financiële problemen kunnen leiden tot schaamte, het uit de weg gaan van sociale contacten, of juist boosheid en agressie gericht tegen anderen. Het helpt dan vaak niet om te werken aan één aspect: samenhang en samenwerking zijn essentieel.

In de trainingen met betrekking tot autisme die bij MEE gegeven worden, komt altijd aan de orde: autisme is een levenslange kwetsbaarheid. Op sommige momenten in het leven lijkt het autisme “weg” te zijn, maar bij veranderingen of overgangen naar een andere levensfase blijkt dat toch een illusie. Dan is er weer (even) die ondersteuning nodig om samen te zoeken wat er mis ging en wat er nodig is op het leven weer op de rails te krijgen. Levenslang en levensbreed. Geen holle woorden, maar een praktische manier van werken, vanuit de overtuiging dat dat mensen helpt om hun eigen leven te leiden op een manier die bij hen past.

Naast het welzijn van de cliënt is er ook het financiële voordeel. In het onderzoek is berekend dat er op jaarbasis miljoenen te besparen zijn met een levensbrede aanpak. Voor een gemeente met 100.000 inwoners zou het gaan om zes miljoen per jaar. Die zes miljoen komt ten goede aan verschillende overheidspotjes en zit ’m vooral in het binnenboord houden van mensen die dreigen buiten de boot te vallen. Er zijn voorbeelden genoeg te bedenken: voorkoming van schooluitval, ziekteverzuim, werkeloosheidsuitkeringen, crisisopvang. Welke gemeente wil dit nou niet, zou je toch zeggen. Meer tevreden burgers, goed samenwerkende organisaties in het sociaal domein en nog voor minder geld ook! Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar dat is het niet. Het is haalbaar.

Kijk niet alleen naar de korte termijn: wat kost het me vandaag? Zorg dat professionals goed toegerust zijn om breed te onderzoeken wat deze burger nodig heeft. Dat betekent niet dat iedereen overal verstand van moet hebben (je hebt immers ook collega’s, ieder met hun eigen deskundigheid): maar het zit ’m in de houding. En voor wie nu nog niet overtuigd is: de businesscase spreekt de verwachting uit dat deze manier van werken ook goed toepasbaar is op andere groepen kwetsbare burgers en adviseert een brede invoering in het sociaal domein. Hoeveel welzijn en geld levert dat nog meer op?

 

 

 

Duurzame inzetbaarheid van medewerkers met een beperking

09, mrt, 2015

Christine Westerholt, accountmanager MEE Veluwe

De nieuwe participatiewet, banenafspraak, quotum arbeid beperkten, heeft het u allemaal nog scherp als werkgever…?

Door de banenafspraak moet in de periode van 2015-2017 voor mensen met een arbeidsbeperking 5000 extra banen bijgekomen zijn. Worden de aantallen niet gehaald, dan volgt er een wettelijke quotumregeling voor bedrijven met meer dan 25 medewerkers.

Naar mijn idee een niet-duurzame en eenzijdige oplegging. Enkel het verplicht openstellen van vacatures om zo te voldoen aan een quotum, leidt niet tot een duurzaam succes. Juiste en transparante informatie over deze doelgroep, wie ze zijn, wat hun competenties zijn, training en specialistische inzet, dat leidt tot meer banen en duurzaam ondernemen.

Daarnaast is het van groot belang dat werkgevers/leidinggevenden ondersteuning krijgen bij het creëren van passende functies en het begeleiden op de werkvloer, alsmede zelf ondersteund worden als het gaat om het competent worden in de omgang met werknemers met een beperking. Dit alles vergroot het draagvlak binnen het bedrijf, het verkleint de kans op uitval én productieverlies.

MEE heeft jarenlange kennis en ervaring op het gebied van participatie van mensen met een kwetsbaarheid of beperking. Die ervaring koppelen we ook aan actuele vraagstukken binnen het werkgeverschap, waar we nog veel kansen zien om meedoen daadwerkelijk mogelijk te maken. Alleen met een quotum redden we het niet.

Bij deze nodig ik werkgevers uit om eens te sparren hoe we dit wel kunnen bereiken, we delen onze kennis graag!

Krachten bundelen

07, mrt, 2015

Just Boeke, projectleider MEE op Weg

Na transitie komt transformatie… Een veel gebruikte kreet binnen het sociaal domein in de eerste maand van 2015. Ook het project MEE op Weg, dat beoogt zelfstandigheid in verkeer en vervoer te vergroten, vaart volop op transformatiekoers. De overgang van een oude vorm naar een beter passende vorm moet antwoorden bieden op de vragen van morgen. De wereld verandert immers in rap tempo waarbij Charles Darwin niet vergeten mag worden. Het vermogen om je aan te passen aan veranderende omstandigheden blijkt nu meer dan ooit van essentieel belang.

Transformatie is dus noodzaak voor het project MEE op Weg. Ook vragen steeds meer gemeenten om een bundeling van krachten. En daar ligt een kans. MEE op Weg wil namelijk slim de mogelijkheden benutten die bijdragen aan de uitdaging om zelfredzaamheid in het (openbaar) vervoer te vergroten. Wat kunnen vervoerders in dit vraagstuk betekenen? Welke applicaties kunnen zelfredzaamheid in verkeer en (openbaar) vervoer vergroten naast de beproefde OV-/Fietsmaatjes vanuit MEE op Weg?

Begin januari 2015 wordt onderzocht hoe vervoerders, een innovatieve app (GoOV is een app die mensen begeleidt met visuele en gesproken aanwijzingen bij het reizen per OV) en MEE op Weg slim kunnen samenwerken om zelfredzaamheid in verkeer en (openbaar) vervoer nog verder mogelijk te maken. In mijn optiek is het antwoord te vinden in de unieke eigenschappen die het project, de app of dienst succesvol maken. Door deze eigenschappen te bundelen in een voorstel komt de stip aan de horizon, waarin zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan mogelijkheden, weer een stukje dichterbij. In een volgend blog ga ik verder in op deze unieke eigenschappen en eerste uitkomsten. Wordt vervolgd.

Meer over MEE op Weg: vergroten van zelfstandigheid in verkeer en (openbaar) vervoer >

Bijdrage ervaringsdeskundigen loont – Marloes Wijermars

07, mrt, 2015

Marloes Wijermars, projectmedewerker team Training en Consultancy, MEE Veluwe/MEE IJsseloevers

Eind september startte ik samen met collega Nienke Nijmeijer met een nieuw pilot project. De opdracht luidde als volgt: Stel een poule van +/- 15 ervaringsdeskundigen samen die we kunnen inzetten op de verschillende onderdelen van de dienstverlening van MEE zoals: voorlichtingen, trainingen, en binnen de individuele cliëntondersteuning.

Ik had erg veel zin om aan de slag te gaan met iets nieuws en was blij met de vrijheid die er nog was om dit verder vorm te geven.  Toch was het ook spannend, want hoewel ik ook als consulent heb gewerkt, heb ik vanuit mijn huidige functie als projectmedewerker nog maar zelden één op één gesprekken met cliënten of in dit geval mensen die cliënt zijn geweest of zouden kunnen zijn. Tijdens het eerste gesprek dat ik voerde met één van onze ervaringsdeskundigen, merkte ik op dat het contact toch heel anders is, omdat je vanuit gelijkwaardigheid met elkaar spreekt over wat wij als organisatie te bieden hebben voor de ervaringsdeskundige en andersom welke bijdrage de ervaringsdeskundige kan hebben op de dienstverlening van MEE.

Inmiddels hebben we al met meer dan 15 ervaringsdeskundigen gesproken. In de meeste gevallen mensen die nu al als ervaringsdeskundige betrokken zijn bij verschillende stichtingen en initiatieven. Mensen dus die volop meedoen.

Allemaal hebben ze andere beweegredenen om zich te verbinden aan dit project. De één geeft aan iets te willen betekenen voor mensen die hetzelfde mee hebben gemaakt/meemaken. De ander geeft aan dat ze anderen hoop wil geven met haar verhaal. Ook wordt het delen van ‘tips en adviezen’ genoemd en het vanuit eigen ervaring aan professionals vertellen over wat belangrijk is in omgang en communicatie, etc.

Stuk voor stuk waren het inspirerende gesprekken met mensen die iets positiefs willen met datgeen ze hebben meegemaakt of de diagnose die zij hebben gekregen. De focus ligt op wat ze nog wel kunnen in plaats van op zaken die lastig zijn of ze zijn kwijtgeraakt. Ik ben ervan overtuigd dat inzet van ervaringsdeskundigen een waardevolle toevoeging is op de bestaande dienstverlening en kijk uit naar de verdere vormgeving hiervan!

Meer weten? Neem contact op met Marloes Wijermars, T 088 633 0633 projectmedewerker team Training & Consultancy,  MEE IJsseloevers/MEE Veluwe.

Inzet ervaringsdeskundigen in het sociaal domein

04, mrt, 2015

Door Patrick Schmidt, medewerker Projecten team T&C/Ervaringsdeskundige

“De gemeente verwacht toch niet dat ik thuis ga zitten wachten op hulp?”

Binnen MEE IJsseloevers en MEE Veluwe onderzoeken we op dit moment hoe wij de inzet van  ervaringsdeskundigen op een brede manier kunnen borgen. Wij onderschrijven namelijk de inzet van ervaringsdeskundigen en zouden daar als MEE organisaties graag meer gebruik van maken. Immers, zij zijn onze spreekbuis.

Binnen MEE Utrecht Gooi & Vecht zijn ze er al uit. Daar worden ervaringsdeskundigen al op een brede manier ingezet. Om te horen hoe zij dat daar hebben aangepakt ben ik afgelopen maand met een collega afgereisd naar Utrecht.

Bij MEE Utrecht Gooi en Vecht werken zij met een heuse coördinator ervaringsdeskundigheid. Wij mochten met haar in gesprek, daarnaast hebben wij kennis mogen maken met een van de ervaringsdeskundigen die regelmatig wordt ingezet. Uit het gesprek kwam heel goed naar voren wat de meerwaarde is van de inzet van ervaringsdeskundigen. Daarnaast werd er duidelijk dat een poule aan ervaringsdeskundigen maakt dat je aan meerdere vragen tegenmoet kunt komen.

Ik ben zelf ervaringsdeskundige. Ik vind het belangrijk om een deel van onze doelgroep te vertegenwoordigen, Dit doe ik onder andere door de projecten Niemand Krijgt de Schuld & De Informele Voordeur van Zwolle. Met deze projecten nemen we mensen in eerste instantie schulden uit handen zodat ze meer ruimte krijgen om samen met een coach te werken aan oorzaak en gedrag. Hierdoor krijgen mensen meer ruimte en inzicht in hun schulden zodat ze die uiteindelijk zelf weer kunnen afbetalen. Omdat nog niet iedereen de wijkteams weet te vinden, organiseren wij de Informele Voordeur. Het gaat om een maandelijks spreekuur, waar mensen uit de wijk terecht kunnen met vragen. Zo verlagen wij de drempel naar de wijkteams.

Bij MEE IJsseloevers ben ik binnengehaald als ervaringsdeskundige en heb ik uiteindelijk een baan aangeboden gekregen. Ik werk vier dagen in de week. Om mijn werk goed te kunnen doen dien ik flexibel te zijn. Vanwege mijn beperking koop ik zelf zorg in. Helaas heeft de gemeente Zwolle per 1 januari 2015 de huishoudelijke hulp op de schop gegooid. Ik ben hierdoor zonder duidelijke onderbouwing 50% van mijn huishoudelijk hulp budget kwijtgeraakt. Hierdoor ben ik veel minder flexibel om zelf mijn huishoudelijke zorg in te kopen. De gemeente verwacht nu toch niet van mij dat ik thuis ga zitten wachten op hulp, terwijl mijn werkgever mij op kantoor verwacht? De overheid wil graag dat iedereen zijn bijdrage levert aan de samenleving, en dat wil ik zelf ook heel graag, maar er valt nog wel veel winst te halen in de afstemming tussen gemeentes en de gebruikers van deze voorzieningen. Zodat mensen met een handicap ook in staat worden geteld een optimale bijdrage aan de samenleving te leveren.

Voor de dienstverlening van MEE IJsseloevers en MEE Veluwe lijkt het mij wenselijk dat er een brede poule komt met ervaringsdeskundigen. Met ieders eigen achtergrond. Zij kunnen vanuit hun eigen ervaring ondersteunend zijn aan de collega’s en cliënten van MEE IJsseloevers. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het verzorgen van onderdelen van presentaties, inkoop- en cliëntgesprekken. Ook kan de kracht van een ervaringsdeskundige liggen in het feit dat zij onze beleidsmedewerkers kunnen voeden. Daarnaast lijkt het mij nog altijd zinvol onze netwerkpartners binnen het sociaal domein te informeren over de inzet van MEE, welke resultaten de inzet vanuit MEE voor deze (oud)cliënt heeft opgeleverd. Uit eigen ervaring weet ik dat je tips en adviezen sneller aanneemt van iemand die iets soortgelijks heeft gemaakt.

Ik zal mijn best doen om binnen MEE IJsseloevers en MEE Veluwe de inzet van ervaringsdeskundigen aan te tonen. Daarbij wil ik een bijdrage leveren aan het vormen van het beleid hoe wij als organisaties hiermee omgaan. Ik geef graag de gebruikers van zorg, en daarmee de cliënten van MEE een stem in het groter geheel. Hopelijk zal dit leiden tot meer inzicht bij de beleidsmakers en schakels in de keten wat onze cliënten en inwoners van ons gehele werkgebied ten goede komt.

Graag vertel ik u op een later moment meer over de stappen die wij de komende maanden gaan zetten rondom de inzet van ervaringsdeskundigen binnen MEE IJsseloevers & MEE Veluwe.

Want ervaringsdeskundigen verdienen een betere positie binnen de keten van het sociaal domein!

Patrick Schmidt

“Heb je die puzzel nou nog niet af” Over het beleven van autisme

03, mrt, 2015

Hanneke Braber, projectleider

“Zo, en als je het niet begrijpt, dan vraag je het maar!” eindig ik mijn uitleg, om vervolgens glimlachend weg te lopen. De deelnemers kijken me vertwijfeld na. Ik laat ze even piekeren en kom dan terug. “Maar we weten helemaal niet wat we kunnen vragen, we snappen er niets van!” Het zijn leerkrachten, deze deelnemers, en ik vraag ze hoe ze zich op dit moment voelen. “Gefrustreerd!” klinkt het unaniem. Hoe vaak gebeurt het dat wij onze leerlingen, kinderen of cliënten de boodschap geven dat ze het gerust mogen vragen als ze het niet begrijpen? Best vaak. Maar weet die ander dan wel wat hij kan vragen? Kan hij überhaupt de vraag wel bedenken? En wat doe hij of zij als dat niet zo is? In het gunstigste geval geven ze het aan, maar vaker nog zullen ze misschien blokkeren en niets vragen.
Stof om over na te denken voor de deelnemers. Ik loop door naar een paar collega’s van hen die ik zuchtend vraag of ze die makkelijke puzzel nou nog niet af hebben?

Zo maar een voorbeeld uit het autisme belevingscircuit (ABC) van vandaag. MEE Veluwe en IJsseloevers bieden het ABC sinds een paar jaar aan ouders, mantelzorgers, vrijwilligers en professionals. Door 10 opdrachten doen deelnemers mogelijk autistische ervaringen op, met als doel meer autisme vriendelijk te worden. Het idee is dat je autisme veel beter gaat begrijpen als je het een beetje kunt voelen. Een aantal consulenten van MEE is opgeleid als trainer ABC.

Zelf doe ik het ABC de laatste tijd met name voor professionals, en elke keer weer is het een feestje om te doen! Casemanagers uit de penitentiaire inrichting, leerkrachten uit het regulier en speciaal onderwijs, WMO-consulenten, ze hebben allemaal met mensen met autisme te maken. Bijna zonder uitzondering vinden ze deze manier van leren, door te ervaren, heel positief en geeft het nieuwe inzichten.

Het autisme belevingscircuit doe je met volledige aandacht en inzet, dat geldt voor zowel de deelnemers als de trainers. Plezier, verbazing, frustratie, ongeloof, ik zie het allemaal voorbij komen tijdens een ABC, en na die drie uur ben ik zelf altijd helemaal op, maar ook altijd helemaal voldaan. Ik kan er met gemak nog veel meer over vertellen, maar het zou jammer zijn om te veel te verklappen voor al diegenen die het ABC nog niet hebben kunnen beleven.

Nieuwsgierig geworden? Neem dan contact op met teamtenc@meesamen.nl.

Van labbekakken naar werk met de Navigator – Sylvia Swart

02, mrt, 2015

Sylvia Swart, regiomanager Oost-IJsseloevers en manager MEE Training en Consultancy

Van labbekakken naar werk met de Navigator
Afgelopen maand las ik op Twitter een tsunami aan reacties op het interview in de Volkskrant met Hans de Boer, voorzitter VNO NCW. Wat mij betreft waren dat terecht niet al te fraaie reacties over zijn ideeën over en benaming van mensen met een uitkering. Daarnaast was ik aardig ontstemd over zijn denkbeelden omtrent mensen met een arbeidsbeperking en met name over het feit dat hij de toegezegde banenafspraak voor mensen met een beperking min of meer bagatelliseerde. Terecht dat hij zijn excuses aanbood. Maar als hij de spreekbuis is van veel werkgevers, hoe welwillend staan werkgevers dan ten opzichte van jongeren met een beperking? Hiermee is het voor gemeenten zo mogelijk een nog grotere opgave geworden om in het kader van de participatiewet voor deze nieuwe ‘doelgroep’ een passende werkplek te vinden. Juist voor deze groep kwetsbare jongeren is het erg belangrijk om net als iedereen gewoon MEE te doen.

Mission Impossible
In die zelfde week las ik een interessant rapport over (kwetsbare) jongeren op de website van het ministerie van SWZ met als titel Buitenspel. Uit dat rapport blijkt dat de meeste kwetsbare jongeren helemaal niet in beeld zijn bij veel gemeenten. Dan wordt de belangrijke doelstelling van het kabinet, het vergroten van de participatie van jongeren, bijna een mission impossible. Per jaar verlaten in Nederland rond de 6500 jongeren de PrO en VSO scholen. Deze jongeren hebben allemaal in meer of mindere mate een vorm van een arbeidsbeperking. Wat niet maakt dat ze geen van allen het wettelijk minimumloon zouden kunnen verdienen, maar een grote groep zal daar toch onder blijven. Ook op andere vormen van onderwijs zitten kwetsbare jongeren die een grotere kans hebben om langs de kant te komen staan. Dit is zowel vanuit maatschappelijk, als economisch oogpunt onwenselijk. Niet al deze jongeren vragen een uitkering aan. Toch zijn de gevolgen voor de inactiviteit net zo schadelijk op lange termijn. Het zijn jongeren die niet naar school gaan, geen werk hebben en ook geen uitkering ontvangen. In 2010 is de groep door het CBS geschat op 96.000 jongeren. Het kan gaan om spookjongeren, zwerfjongeren, jongeren met een licht verstandelijke beperking, jongeren uit de jeugdzorg of thuiszitters. In 2014 is een schatting gemaakt van het aantal spookjongeren in Nederland. Het gaat om ruim 10.000 jongeren in de groep 18 tot 26 jaar. Ze hebben te maken met schulden, criminaliteit en detentie, huisvestingsproblemen en thuisproblematiek.

Daginvulling
MEE biedt ondersteuning aan mensen met een beperking. Wij zien een groot aantal jongeren met een licht verstandelijke beperking die zich niet bij de gemeente melden, maar ook niet werken en niet naar school gaan. Zij hebben dus geen daginvulling. Ze bevinden zich in een straatcultuur waarin het niet stoer is om een uitkering aan te vragen. Een aantal van hen is al dan niet bekend geweest met Jeugdzorg. Een groot aantal jongeren die uit de jeugdzorg komen en 18+ zijn, zijn blij dat ze geen begeleiding meer krijgen en hebben het gevoel dat ze, wanneer ze zich melden voor een uitkering, weer in een situatie van begeleiding terecht komen. Bij een deel van de thuiszitters gaat het om jongeren die nog bij de ouders wonen en voor levensonderhoud steunen op de ouders. Ook is er een groep die zich wel meldt voor een uitkering. Zwerfjongeren en jongeren met een licht verstandelijke handicap haken echter snel af. Ze melden zich wel voor een uitkering, maar komen vanwege de in hun ogen complexe aanmeldingsprocedure, niet terug om een aanvraag in te dienen. Zwerfjongeren hebben vaak geen inschrijving bij de GBA of geen ID gegevens en hebben daardoor problemen bij het indienen van een aanvraag voor een uitkering. Jongeren met een licht verstandelijke handicap vinden de hoeveelheid informatie bij een aanvraag te veel of te complex. Het leidt ertoe dat ze een aanvraag niet doorzetten. Strikt genomen voor de gemeenten als uitkeringsverstrekker wellicht geen punt als je het puur op korte termijn financieel bekijkt, in het kader van schadelastbeperking. Maatschappelijk en sociaal echter onaanvaardbaar. En in het kader van preventie is deze inactiviteit een dood in de pot op de langere termijn. Doordat de Buitenspel Jongere niet actief is in het zoeken van werk of scholing loopt hij of zij het risico na verloop van tijd geen aansluiting meer te hebben op de arbeidsmarkt. Bovendien is bekend dat zij vaker te maken hebben met schulden, in de criminaliteit belanden of (jeugd)prostitutie.

Navigator
Gelukkig is er ook positief nieuws op dit vlak. Afgelopen weken waren er in het land diverse bijeenkomsten van de Programmaraad PrO-VSO, UWV en gemeenten. Ik was aanwezig bij de bijeenkomst in Assen. Daar werden de goede aansluiting tussen dit type onderwijs (scholen waar veel jongeren met een beperking onderwijs genieten) en de lokale arbeidsmarkt gepresenteerd. Met name de samenwerking tussen de school, MEE in de rol van Navigator of als schakel in Werk In Zicht, de lokale/regionale werkgevers en de samenwerking met UWV of gemeenten in een aantal lopende projecten werden geroemd om de resultaten. Een van de in het oog springende projecten is Navigator. Dit project start bij iedere potentiele Buitenspel Jongere vanuit school en maakt de verbinding met de totale leefomgeving van de jongere om samen naar het einddoel te werken: een volwaardige plaats in de maatschappij met een zinvolle dagbesteding, bij voorkeur in een baan. Bij voorkeur een zo regulier mogelijke baan bij een werkgever die wil ondernemen en deze gemotiveerde jongeren een kans wil bieden in nauwe samenwerking met jobcoaches en andere partners.

Meer weten over de Navigator? Bekijk hier het filmpje:

Bel voor meer informatie 088-633 0 633.

Voor het gehele rapport Buitenspel klik hier