Archief voor maart, 2015

Video interactiebegeleiding: beelden zeggen meer dan woorden – Annemiek de Jong

24, mrt, 2015

Annemiek de Jong, Trainer, AIT opleidingscoördinator VHT en VIB

Video interactiebegeleiding: beelden zeggen meer dan woorden

Tijdens een Werk Ontwikkelings Kring (WOK) voor geschoolde professionals in de methodiek van de Video hometraining (VHT) en Video interactiebegeleiding (VIB) staan we, via beeld-voor-beeld analyse, stil bij de vragen van de deelnemers. De bijeenkomst vindt plaats onder supervisie van Annemiek de Jong, opleidingscoördinator VHT en VIB. Een coach uit de gehandicaptenzorg brengt de volgende vraag in: “Hoe kan ik een pedagogisch medewerker ondersteunen in de omgang en het contact maken met een volwassen cliënt met wie het contact vaak zeer moeizaam verloopt? Hij is vaak boos, loopt de ruimtes uit en is heel fysiek naar het personeel.”

Het beeld gaat aan. We zien een groepssituatie waarbij de volwassen cliënten samen met de begeleiding aan tafel zullen gaan voor wat drinken met wat lekkers. Een dagelijks terugkerend ritueel met wisselend succes. Eén van de cliënten zit op de bank in de ruimte, beweegt heen en weer en slaat met zijn handen tegen zijn hoofd. Hij maakt daarbij kreunende geluiden. De begeleidster staat op 3 meter afstand, kijkt zijn richting op en roept vriendelijk zijn naam met de vraag of hij haar wil helpen met tafeldekken. Geen reactie, het lijkt op het eerste gezicht dat hij haar niet hoort. De man beweegt steeds onrustiger heen en weer. Dan loopt de begeleidster naar hem toe, noemt weer zijn naam en gaat rustig naast hem zitten. Hij kijkt haar richting op, stopt met bewegen en pakt haar hand stevig beet. Zij blijft rustig tegen hem praten en we zien hem zijn hoofd heel even op haar schouder leggen. Vervolgens benoemt de leidster dat zij samen de tafel gaan dekken, maakt het bijbehorende gebaar en wijst naar de bekers en de tafel. Dan staat zij op met een uitnodigende houding. De cliënt staat ook op en loopt met haar mee, terwijl hij dicht naast haar blijft.

Analyse
Het beeld wordt stopgezet. We hebben niet meer dan een minuut gekeken. De kijkers reageren met “wat valt er veel te zien!”. Het fragment wordt terug gespoeld en de inbrenger start met de analyse van de beelden. We bekijken welke contact-initiatieven er genomen worden, wie dat doet, op welke toon en met welke houding. Vervolgens kijken wat het effect hiervan is op de ander. Na het beeld enkele keren opnieuw teruggespoeld te hebben ontdekken we dat wanneer de begeleidster op afstand zijn naam noemt, hij wel degelijk even vluchtig en met een angstige blik haar kant op kijkt waarna hij weer hard heen en weer gaat wiebelen. Op het moment dat de leidster naast hem zit zien we de ontspanning op zijn gezicht en in zijn houding. Een geslaagd contactmoment waarbij de leidster intuïtief lijkt te hebben aangevoeld wat hij van haar nodig had.

Prettig contact
De coach is blij met deze ontdekking in het fragment en is vastbesloten dit fragment met de begeleidster te bespreken om ook haar te laten ontdekken welke communicatieve vaardigheden zij heeft ingezet om het contact met deze cliënt prettig te laten verlopen. Zij geeft tevens aan dat de beeld-voor-beeldanalyse haar weer scherpt in het ontdekken van antwoorden op de vragen.

Meer informatie
Meer weten op de Opleiding Video hometraining of Video interactiebegeleiding, Nascholing of Training effectief communiceren? Neem gerust contact op met:

Annemiek de Jong
Consulent MEE Veluwe/lid wijkteam Apeldoorn NO
Trainer, AIT opleidingscoördinator VHT en VIB en Aandachtsfunctionaris Autisme
T 055 526 9200

Sociale Netwerk Versterking in de praktijk

23, mrt, 2015

Door Jacquelien Siebrand, consulent MEE IJsseloevers

Mevrouw P heeft de diagnose ASS (Autisme Spectrum Stoornis) en daarbij heel veel medische problemen. Ze heeft wekelijks bezoeken aan het ziekenhuis en is elke dag druk met organiseren, van apotheek tot spullen bestellen om te katheteriseren. Ze heeft problemen met het houden van overzicht omdat het erg veel is. In het eerste gesprek blijkt dat mevrouw weinig kan omdat ze beperkt is door het dragen van een korset. Ze geeft aan dat het aantrekken van steunkousen en het korset te zwaar wordt. Ze heeft een partner die vier dagen in de week werkt en ze vertelt dat er veel spanningen in de relatie zijn, doordat het met haar steeds slechter gaat en hij het hele huishouden moet doen. En ook nog eens de dieren (twee honden en drie katten) moet verzorgen.

Ik stel voor om samen met haar partner alles eens in kaart te brengen; waar sta je nu, waar wil je heen, wat gaat er goed en wat wil je bereiken? Hoe ziet je dag er dan uit en waar ben je dan mee bezig? Ik merkte dat het lastig was voor haar om een beeld te krijgen van wat de bedoeling was. En, gaf ze aan, lastig om ook haar man erbij te betrekken. Die denkt toch anders over de zaak, zei ze. Toch liet ze zich verleiden en stemde ze in met een afspraak op een tijdstip dat haar man ook thuis zou zijn. Helaas op een vrije dag van mij…..maar dat is wat de situatie nu vraagt: flexibel zijn!

Het is bijzonder hoe ik mezelf telkens nog betrap op vooroordelen. Ik had al een beeld gevormd van de man die ik zou gaan ontmoeten. Dit naar aanleiding van het verhaal van mevrouw. Ik dacht dat meneer niet echt bereidwillig zou zijn en me ervan zou gaan overtuigen dat er snel huishoudelijke hulp moest komen, en begeleiding voor mevrouw. Het lukte me om met een open houding de schaalvragen te stellen. En ik werd verrast door de positieve houding van meneer.

Wel merkte ik wederom dat het voor mensen met ASS toch lastig is een cijfer te geven, omdat het ene aspect van het leven matig is, het andere voldoende en zo moet er dan weer een gemiddelde gegeven worden. Meneer kon heel snel zijn cijfer noteren en later ook toelichten. Mevrouw had meer tijd nodig en liet zich telkens leiden door in problemen en belemmeringen te praten. Ik herhaalde vaak de vraag: en waar word je blij van, wat gaat goed? Zo ook bij de cirkeltechniek. Lastig, wat schrijf je dan op. Problemen genoeg, kun je vele briefjes mee vullen, maar kwaliteiten? Totdat meneer een paar voorbeelden gaf. Hij had zelf al een paar dingen opgeschreven en even later lukt het mevrouw ook om de goede dingen op papier te zetten. Ze plakte ze op en ik zag meteen een ontspannen en blij gezicht. Ze kon vertellen dat ze administratief heel sterk is, goed kan notuleren en teksten schrijven. Ook de briefjes met ‘creatief’ en ‘muzikaal’ werden opgeplakt. Wel meteen met de opmerking “maar door alle problemen is er geen ruimte meer voor”.

Toen ze later in concrete termen gingen opschrijven wat er in het cijfer zit, waar ze over een half jaar zou willen zijn, kwamen er zeer concrete en verassende punten. Zo gaven ze beiden aan dat ze een leger huis willen. Er staan zoveel spullen, in alle kamers opgestapeld, dat er geen ruimte meer is om hobby’s uit te voeren.

En telkens noemde mevrouw weer waarom het niet anders kan en waarom het is zoals het is. Ik heb vaak herhaald dat het inzoomen op problemen en belemmeringen ‘verlammend’ werkt en het bekijken van mogelijkheden ‘beweging’ in gang zet. Na een tijdje gaf ze zelf aan dat ze blij wordt bij de gedachte aan wat er nog wél kan. Ze wil graag weer zwemmen en samen willen ze meer tijd met elkaar. Er werd besproken wat ze nog wél samen kunnen doen. Ook werd het gevoelige punt besproken dat de vele dieren veel zorg en aandacht vragen. En ze concludeerden samen dat alleen het regelen van hulp in de huishouding niet hun welbevinden zou vergroten, maar dat daar meer voor nodig was. En dat was een moment waarop ik ook de meedenk bijeenkomst ter sprake kon brengen. Het vragen aan bijvoorbeeld de volwassen kinderen om mee te denken hoe het huis leger kan worden of hoe de administratieve achterstand weer bijgewerkt kon worden. We maakten een nieuwe afspraak om haar netwerk in kaart te brengen. Mevrouw kon het niet laten om toch nog de opmerking te maken: maar we zijn veel vrienden kwijt geraakt…….

Kennis delen in het sociaal domein – Jan Peter Stolte

22, mrt, 2015

Jan Peter Stolte, beleidsadviseur

“Professionals met elkaar verbinden”

In de afgelopen jaren hebben we, gemeenten en organisaties binnen zorg en welzijn, met elkaar vooral veel nagedacht over hoe we zorg en ondersteuning lokaal kunnen gaan organiseren. Er zijn vele vellen papier volgeschreven en hier en daar hebben we in proeftuinen, pilots of experimenten getracht in de praktijk te brengen wat we op papier hadden opgeschreven. De vraag is of we hiermee al aan het transformeren zijn of dat we de oude wijn in nieuwe zakken aan het gieten zijn?

In het voorjaar van 2014 heb ik een praktijkgericht onderzoek gedaan in een gemeente in ons werkgebied, waarbij ik gekeken heb naar de wijze waarop een sociaal team omgaat met een langdurige ondersteuningsvraag van een volwassen vrouw met een licht verstandelijke beperking die zelfstandig wil gaan wonen. Ik heb geconstateerd dat de kloof tussen beleid en praktijk nog erg groot is. Veel professionals in sociale teams hebben nog weinig ervaring met de doelgroepen van MEE. Het aanboren van eigen kracht, krachten vanuit het netwerk en buurtkracht is bij deze doelgroepen lastiger dan het op papier in beleidstaal is verwoord. Het risico van deze hoge verwachtingen is dat zorg en ondersteuning voor de lange termijn niet goed geregeld zijn omdat het netwerk en de buurt afgehaakt zijn.

Oneliner: Transformeren kan niet los gezien worden van het behouden van bestaande kennis en expertise Het gaat om het op een andere manier inzetten van deze kennis!

Naar een integrale aanpak – Marieke Schoonderwoerd

22, mrt, 2015

Marieke Schoonderwoerd, projectleider MEE

“Samen zoeken naar de beste oplossing”

1huishouden1aanpak, 1gezin1plan1hulpverlener, regie terug naar het gezin/de cliënt/de burger.. Hoe vaak zijn deze termen inmiddels niet gevallen? De verhalen gingen flink rond, over ‘multi-probleemgezinnen’ waar de ene hulpverlener de deur nog niet uit was, of de volgende stond alweer op de stoep. Hulpverleners met precies dezelfde vragen: hoe is het met de financiën, hoe gaat het met de opvoeding? Hulpverleners met tegengestelde adviezen: misschien is het goed als vader de kinderen niet te vaak ziet. Misschien is het goed als het kind de vader wat vaker ziet. Als moeder in het gezin, word je er tureluurs van. Wat is nog goed? En kan ik dat zelf wel beslissen? Als ik zelf in zo’n situatie zou zitten, zou ik er flink onzeker van worden..Het project ‘1huishouden1aanpak’ in Zwolle en Kampen, waarvan ik projectleider was in de aanloop naar de transities, heeft voor heel wat duidelijkheid gezorgd op dit thema. Naast alle formele resultaten, conclusies en adviezen, is bij mij vooral één ding blijven hangen: je krijgt dit alleen voor elkaar met sterke, onafhankelijke professionals met de juiste overtuiging en voldoende tools. Professionals die geschoold zijn in sociale netwerkversterking, die handelen vanuit verwondering, vanuit volledige gelijkwaardigheid. Professionals met zoveel respect voor de cliënt, dat cliënt en professional sámen durven te zoeken naar de beste oplossing. Zowel deze houding als de juiste tools moeten in de genen zitten van een organisatie, zodat elke professional wordt gevoed in zijn ontwikkeling hierin.

Vanaf 1 januari werken de meeste gemeenten met wijkteams of varianten daarvan. Hoe gaat het nu met 1huishouden1aanpak in de wijkteams? Ik constateer dat een gedeelte geborgd is, maar dat een specifiek onderdeel ervan extra aandacht behoeft…

1huishouden1aanpak is uiteen te rafelen in twee onderdelen: enerzijds ‘versterking eigen kracht en netwerkversterking’ en anderzijds ‘heldere regie’. Nu alle consulenten van MEE met overtuiging werken vanuit de methodiek en houding van SNV (sociale netwerkversterking), is het eerste stuk vanuit MEE geborgd. Wat nu nodig is, is dat dit binnen de wijkteams goed wordt uitgedragen: via scholing en het tijdelijk gezamenlijk oppakken van cliënten, of eventueel door dit stuk door de MEE-consulenten te laten doen.

Het tweede onderdeel, ‘heldere regie’, vraagt om extra aandacht. Uitgangspunt daarbij is regievoering door de cliënt zelf, indien nodig ondersteund door een professional. Daarvoor is het nodig dat er 1) goede hulpmiddelen zijn (zoals een afstemmingswebsite onder regie van de cliënt), 2) dat alle betrokken professionals en het netwerk van de cliënt de regie accepteren en 3) dat zij onderling helder communiceren over ‘wie wat wanneer’ doet. Dit stuk kan MEE natuurlijk niet alleen. Gemeenten zouden hierin duidelijk stelling moeten nemen en wijkteams zouden moeten erkennen dat je dit niet alleen bereikt door een wijkteamlid als regievoerder aan te wijzen. Hier zijn gerichte sturing, scholing en duidelijke afspraken –ook met professionals buiten de wijkteams- voor nodig.

Oneliner: Goede regievoering bereik je niet door alleen een regievoerder aan te wijzen.

Cliënt aan het woord – Jaap van Dijk

22, mrt, 2015

Jaap van Dijk, cliënt MEE

“Een jaar geleden waardeerde ik mijn leven met een 4. Ik was net ontslagen uit de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis en zag er tegenop om weer naar huis te gaan. Daar hoefde ik immers niets en had ik geen problemen.

Om wat aan mijn situatie te veranderen, ging ik samen met Jacquelien Siebrand, consulent van MEE, aan de slag om mijn sociale netwerk uit te breiden en te versterken. Zij vroeg me om duidelijk aan te geven waar ik tegenop zag en wat ik nodig had om me beter te voelen. Daarnaast hielp ze me om doelen te stellen voor de toekomst en deze te beschrijven. Zo wilde ik graag weer aan het werk, motorrijden en bij vrienden langs. Een netwerk dacht ik niet te hebben. Toch nodigden we uiteindelijk mijn buurvrouw, een vriendin en een collega uit voor een meedenkbijeenkomst bij mij thuis. Tijdens deze bijeenkomst vertelde Jacquelien hen over mijn situatie en over het feit dat ik een wat lager IQ heb. Daarna liet ze ons alleen en ben ik met deze mensen aan de slag gegaan om een plan voor de toekomst te maken.

Sindsdien heb ik hulp bij mijn financiën en met post die ik niet begrijp kan ik bij de buurvrouw terecht. Die praktische hulp en het netwerk om mij heen geven mij weer zelfvertrouwen. Ik heb het gevoel dat ik het weer in de vingers heb en ik ben niet langer afhankelijk van hulpverleners. Met een beetje steun kan ik weer veel zelf. Ik durf wel te zeggen dat ik mijn leven nu een 8 geef!”

Oneliner: Realiseren dat er mensen zijn die vierkant achter je staan

Innovatie – Ria Brands

22, mrt, 2015

Ria Brands, adviseur innovatie en beleid MEE

“Moet iedereen echt meedoen?”

Vorige week zat ik met mijn 88-jarige moeder en zus (met syndroom van Down) in de schouwburg. Opgevoerd werd ‘The Sound of Music’. Er kwamen voor ons vijf duidelijk gehandicapte vrouwen zitten. De begeleiders [“Zijn dat professionals of vrijwilligers?”, vroeg ik me in dit jaar van transitie af], gingen aan weerskanten van de groep zitten. Twee vrouwen hadden er duidelijk zin in. De andere drie keken wat mopperig om zich heen. De voorstelling begon en één van de vrouwen zette tegelijk met Maria luid in en liep al gauw wat achter op de muziek. “Mmm..” Wat vond ik daar nu van? De begeleiding zat iets te ver van haar vandaan om haar goed te kunnen corrigeren en probeerde haar, al reikend over de andere vrouwen heen, wel aan te stoten en tot stilte te manen. Het leidde af. En was dat heel erg?

Als we het over een inclusieve samenleving hebben, dan is dit er ook. Meedoen in het uitgaansleven. Het stoort, maar dat vind ik ook als ik naar de film ga en ik jongeren steeds hoor fluisteren en giechelen.

Iedereen moet, zeker bij de transformatie, zoveel mogelijk mee kunnen doen. Ik heb eens om mij heen gevraagd wat men van mijn ervaring vond. Van “zorgen voor een speciale opvoering voor gehandicapten” tot “iedereen heeft er toch recht op om daar te zijn?”, werd er gezegd.

Vanuit MEE werk ik mee om voorwaarden te creëren zodat iedereen mee kan doen. Met de ervaring die we daar in de afgelopen jaren over hebben opgedaan kunnen we zóveel doen voor en met mensen met een beperking. We kunnen in ons leven niet dagelijks alles voor zijn of van te voren dirigeren, maar hé, that’s life! Ook bij de transformatie.

Oneliner: Transformatie is veelal gewoon DOEN! En misschien ook wel GEWOON doen

 

Wethouder aan het woord – Wethouder Ligtelijn-Bruins

22, mrt, 2015

Wethouder Ligtelijn-Bruins, gemeente Ede

“Van invoering van de wetswijzigingen naar uitvoering”

Toen het Rijk veranderingen aankondigde op het gebied van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdhulp en de Participatiewet, was heel Nederland geschokt. Al snel bleek dat maar weinig mensen op veranderingen zaten te wachten. We delen echter de noodzaak om realistisch naar onze zorgmaatschappij te kijken. Onze houding tegenover elkaar, de buurt en onze leefomgeving, vragen om aanpassingen. Als we er samen de schouders onder zetten en als iedereen een bijdrage levert, kunnen we de dienstverlening continueren. Alleen dan houden we ook in de toekomst de financiële ruimte om de hoge eisen die wij stellen aan onze leefomgeving, gezondheidszorg en verder welbevinden, te kunnen blijven betalen.

We zitten nu in de fase waarin de praktijk getest wordt. Maatwerk is een mooi begrip, maar het komende jaar zal de waarde van dit begrip blijken. Nauw in contact blijven, luisteren naar elkaar en goed monitoren of de gewenste doelen worden bereikt, is de boodschap voor dit jaar. En daarmee wil ik ook nieuwe betekenis geven aan de term 3D (3 decentralisaties). We gaan nu in de praktijk aan het werk. We werken drie-dimensionaal door te differentiëren (maatwerk leveren), de diepte in te gaan en door door te ontwikkelen.

Uit een korte analyse van de afgelopen weken blijkt dat onze inwoners de balies, contactpunten sociale teams e.d. goed hebben kunnen vinden. Door de goede samenwerking met onze partners zijn we telkens tot een goed en snel resultaat gekomen. Calamiteiten hebben zich tot nu toe niet voorgedaan. De reden? Ik denk dat de tijdige gezamenlijke voorbereiding op de nieuwe wet- en regelgeving hieraan heeft bijgedragen.

Oneliner: We werken drie-dimensionaal door te differentieren (maatwerk leveren), de diepte in te gaan en door door te ontwikkelen.

Van formele naar informele zorg – Erna van Bussel

22, mrt, 2015

Erna van Bussel, directeur vrijwilligers- en mantelzorgorganisatie De Kap

“Afschalen waar kan, opschalen waar nodig”

De Kap, de organisatie voor de informele zorg, staat de komende jaren voor een grote uitdaging. Een terugtrekkende overheid en een samenleving die mensen vraagt om mee te doen, te participeren. Mensen aanspreken op hun mogelijkheden en het gebruik maken van hun talenten.

Dichtbij de burger, in zijn eigen buurt, toegankelijk, laagdrempelig. De Kap heeft als vrijwilligers- en mantelzorgorganisatie vanuit haar historie altijd een heel belangrijke rol gespeeld in dit krachtenveld. Gewoon waar kan en specifiek waar nodig. Met een kleine 600 vrijwilligers wordt dagelijks ondersteuning geboden aan de meest kwetsbare burgers in Apeldoorn en omgeving. Vrijwilligers die zich inzetten voor een ander, met aandacht, met tijd, met zorg, attent, betrouwbaar en van onschatbare waarde.

Het is dan ook van groot belang dat wij hier als organisatie, maar ook als overheid zorgvuldig mee omgaan. Met elkaar moeten we waken dat de vrijwilliger in zijn kracht wordt aangesproken, ondersteunend, aanvullend, vrijwillig en wederkerig. De kanteling vraagt om een intensieve samenwerking tussen de formele en informele zorg. Afschalen waar kan en opschalen waar nodig. In dit samenspel liggen veel vraagstukken die we alleen in gezamenlijkheid en in onderlinge afstemming kunnen beantwoorden.

Vanuit onze missie willen en kunnen wij als vrijwilligers- en mantelzorgorganisatie een grote bijdrage leveren aan de ontwikkelingen in het sociale domein. Mensen helpen mensen en zorgen voor elkaar. Hulpvragers met respect voor hun eigenheid. Vrijwilligers die ‘er willen zijn’ voor een ander. En mantelzorgers die met raad en daad worden bijgestaan. Een uitdaging die we aangaan, zorgvuldig, integer en met aandacht voor elkaar.

Oneliner: Van meer overheid naar meer samenleving

Samenwerken, delen, verbinden – Sylvia Swart

22, mrt, 2015

Sylvia Swart, regiomanager Oost-IJsseloevers en manager MEE Training en Consultancy

“Transformeren binnen de transformatie”

Nu de transitie een feit is hebben veel ketenpartners en beleidsambtenaren mij al gevraagd: (hoe) zie jij de toekomst van MEE voor je? Dat MEE mee-transformeert staat onomstotelijk vast. Door de transities zien veel organisaties zich bijvoorbeeld ineens geconfronteerd met een bredere doelgroep, met daarbij steeds vaker ook mensen met een vorm van beperking die niet zichtbaar is. Hoe om te gaan met deze mensen om zo tijd en dus geld te besparen?

Daarnaast zit de kantelingsgedachte nog lang niet bij een ieder in de genen. Want gekanteld denken is één, maar hoe te handelen en ernaar te werken is iets anders. Neem bijvoorbeeld Sociale Netwerk Versterking (SNV). Ik hoor u denken: dat is niet nieuw. Ik verzeker u dat de MEE werkwijze zeker wel nieuw is. Er zijn inderdaad diverse andere manieren van werken met een sociaal netwerk. Ik zie ook regelmatig slimme marketing waarbij zorgaanbieders het eenvoudig betrekken van de familie al sociale netwerkversterking noemen. In onze ogen is dat iets heel anders. SNV richt zich meteen al bij de eerste ontmoeting op het gericht in beeld krijgen welke kwestie nu werkelijk speelt, welke krachten de cliënt kan inzetten en welke netwerkrelaties van belang kunnen zijn. Deze kunnen dan worden benaderd om mee te denken aan oplossingen en ook actief meehelpen om die oplossing te bereiken. Dat is wezenlijk iets anders dan alleen maar af en toe praten met de familie of hen inschakelen bij het reguliere zorgaanbod.

Naast haar rol als cliëntondersteuner fungeert MEE dan ook als kenniscentrum voor gemeenten en (sociale) partners. Vanuit onze visie zijn mooie en innovatieve producten en projecten ontwikkeld. Dat zullen we dan ook vooral blijven doen, gestuurd vanuit de vraag uit de markt. Actueler dan ooit is bijvoorbeeld MEEdoen in het basisonderwijs, waarbij kinderen en leerkrachten in het regulier basisonderwijs met behulp van een getrainde vrijwilliger samen redzamer worden. Of een project als MEE op Weg, waarbij we samen met jongeren bekijken wat er nodig is om zelfstandig te gaan reizen als alternatief voor aangepast vervoer. Uiteraard met een hoger doel; als je in staat bent zelfstandig te reizen, dan kun je namelijk ook makkelijker participeren in de maatschappij doordat je zelfstandig naar school, stage, maar ook naar de voetbalclub kan gaan. Eigenlijk kan gaan en staan waar je wilt en wanneer je wilt, zoals dat op een gegeven moment ook bij jongeren hoort. Hetzelfde geldt voor projecten als Sport4All (gericht op een duurzame geïntegreerde aanpak rondom sport en beweging voor mensen met een beperking) en Navigator (een brede aanpak ter voorkoming van schooluitval en/of verzuim op de (stage) werkplek). Bewezen projecten met een trackrecord qua resultaat; een investering in het project met een besparing op duurdere kosten in de toekomst. Altijd met de gekantelde gedachte als uitgangspunt en met een toegevoegde waarde die vaak niet alleen in geld is uit te drukken. Want hoe kostbaar is zelfstandig participeren in de maatschappij en welke feitelijke financiering hang je daar dan aan?

Veel gemeenten hebben gekozen om met de MEE consulenten te werken en dat is fijn. De noodzakelijke onafhankelijke cliëntondersteuning is daarmee breed ingekocht. Echter, de kennis en expertise van MEE behelst zoveel meer dan dat. En daarin zien wij onze meerwaarde. De visie van MEE is met de transitie misschien nog wel actueler dan ooit tevoren. Binnen ons kenniscentrum wordt de jarenlange ervaring in het versterken van eigen kracht en netwerk omgezet in innovatieve oplossingen voor gemeenten, bedrijfsleven en non-profit. Om samen meedoen écht mogelijk te maken.

Oneliner: Niet bang zijn voor het verliezen van je positie, jezelf opnieuw uitvinden en MEEtransformeren binnen de transformatie

 

Van transitie naar transformatie – Simone van Ruth

22, mrt, 2015

Simone van Ruth, Raad van Bestuur MEE Samen (MEE Samen ondersteunt MEE Veluwe en MEE IJsseloevers)

“De werkelijkheid is dat het nu pas begint”

“Op 1 januari 2015 is de transitie van de cliëntondersteuning voor mensen met een beperking een feit. Daarmee is de overgang gemarkeerd van de AWBZ naar de WMO. Niet langer het Rijk is verantwoordelijk, maar de gemeenten. In het verzorgingsgebied van MEE Veluwe en MEE IJsseloevers welgeteld 37. Met elk van deze gemeenten heeft MEE een inkoopcontract gesloten, om ook in 2015 kernpartner te zijn in de dienstverlening aan kwetsbare burgers. Deze contracten zijn, soms op de valreep, allemaal vóór de kritische datum 1 januari 2015 gesloten. Dat zou kunnen suggereren dat we nu klaar zijn, dat het eindpunt bereikt is.

De werkelijkheid is dat het nu pas begint. Immers, de transitie en het contract zijn eigenlijk maar administratieve handelingen. Veel wezenlijker is inhoud te geven aan de afspraken, om zo werkelijk bij te dragen aan datgene wat eigenlijk de bedoeling was: regie bij de cliënt, meedoen naar vermogen, betere en goedkopere ondersteuning, zonder schotten, met meer autonomie voor de professionals zodat zij in staat zijn nieuwe en creatieve oplossingen te bedenken. De professionals pakken deze uitdaging van harte op.

Mijn zorg is wel of zij in de nieuwe gemeentelijke structuren daadwerkelijk de ruimte krijgen om autonoom tot nieuwe oplossingen te komen. De eerste ervaringen zijn namelijk dat de bureaucratie in sommige gemeenten nog hoogtij viert, en dat de focus hier erg op de ‘oude WMO-verstrekkingen’ ligt. Onze gezamenlijke opdracht als uitvoeringspartijen is om scherp te blijven op ‘de bedoeling’. Draagt wat we afspreken en wat we doen daadwerkelijk bij aan regie bij de klant, meedoen naar vermogen en goedkopere ondersteuning op maat? Vanuit een universele behoefte aan structuur in deze hectische tijden, gaan discussies al snel over de structuur en vorm van het sociaal domein, en wordt dat een doel op zich in plaats van een middel. Ik pleit voor de focus op inhoud, op de klant en op de oorspronkelijke bedoeling. Alleen dan kan de transformatie daadwerkelijk slagen. Doet u mee?”

Oneliner: In the space between chaos and shape there was another chance (Jeannette Winterson)