Overzicht

In beleid jeugdbescherming is positionering cliëntondersteuning gemiste kans

12, jul, 2021

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en die van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben gezamenlijk een beleidsnota laten opstellen met een toekomstscenario voor kind- en jeugdbescherming. Via internetconsultatie heeft MEE NL aandacht gevraagd voor een betere positionering van onafhankelijke cliëntondersteuning in dit scenario.

Het huidige systeem van jeugdbescherming is complex en knelt. JenV, VWS en VNG willen de jeugdbescherming daarom effectiever en slimmer organiseren. In het ‘Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’ wordt een nieuwe structuur voorgesteld om de afstand tussen de hulpverlening en het gezin kleiner te maken door de oprichting van lokale teams met één vast aanspreekpunt. Dit is een stap in de goede richting naar een structuur, die uitgaat van de behoefte van gezinnen en die het vertrouwen ondersteunt.

Cliëntondersteuning onmisbare schakel voor vertrouwen in overheid

In haar reactie op het Toekomstscenario schrijft MEE NL blij te zijn met de expliciete aandacht voor clientondersteuning. Vanuit cliëntperspectief is onafhankelijke cliëntondersteuning een onmisbare schakel bij het (herstellen van) vertrouwen. De doelgroep kampt vaak met wantrouwen richting overheidsinstanties. Tegelijkertijd ziet MEE NL de positionering en beperkte inzet van cliëntondersteuning als een gemiste kans.

Positioneer cliëntondersteuning naast het gezin

MEE NL pleit ervoor onafhankelijke cliëntondersteuning te positioneren naast het gezin. Een onafhankelijke cliëntondersteuner handelt in het belang van het gezin, versterkt de eigen regie, kan als ‘vertaler’ de complexe zorg- en ondersteuningswereld begrijpelijk maken en is zo een belangrijke voorwaarde om het vertrouwen te herstellen.

4 Punten voor betere benutting cliëntondersteuning bij jeugdbescherming

Om onafhankelijke cliëntondersteuning bij kind- en jeugdbescherming beter te benutten, komt MEE NL met de volgende concrete voorstellen:

  1. Alle gezinnen met zorg- en hulpvragen worden aan het begin van het proces, liefst door gemeenten, actief in contact gebracht met een onafhankelijk cliëntondersteuner.
  2. Het gezin behoudt hierdoor zelf de regie. Een onafhankelijk cliëntondersteuner is preventief vanaf het begin betrokken bij de zoektocht naar de passende zorg- en hulpverlening door het lokale team en blijft gedurende het proces naast het gezin staan.
  3. Deze cliëntondersteuner versterkt het gezin zelf, alsmede het sociaal netwerk en steunsysteem. Zo wordt de eigen regie versterkt.
  4. De cliëntondersteuner werkt tot slot domeinoverstijgend en levensbreed. Hierdoor hebben het gezin en hun naasten één vertrouwd aanspreekpunt, die zowel preventief als kortdurend ondersteunt, bijvoorbeeld door het meebewegen van het voorliggende veld naar andere vormen van specialistischere zorg.

Download hier de Inbreng MEE NL  

Toekomstscenario Kind- en Jeugdbescherming (pdf).

 

Heeft u beroepsgeheim? Een situatie met een cliënt die ik niet eerder bij de hand heb gehad (Blog)

17, sep, 2018

Door Jeanet Godeke, consulent MEE

Heeft u beroepsgeheim? Dat was de vraag die een cliënt mij stelde midden in het gesprek dat we samen hadden. Poeh, wat geef ik daar voor antwoord op…….mijn hersenen gaan snel alle opties langs en uiteindelijk antwoord ik, dat het er vanaf hangt wat hij mij gaat vertellen.

Hij kiest ervoor om mij, via een aantal omwegen, duidelijk te maken dat hij een wapen in huis heeft. Ik vraag hem waarom dit is en wat hij van plan is te doen met dit wapen Als hij vertelt dat het is om zijn ex iets aan te doen en daarna ook zichzelf, geef ik hem terug dat ik me afvraag of dat de juiste manier is om met zijn haat jegens zijn ex om te gaan.

Niet alleen vanwege het welbevinden van zijn ex, maar bovenal omdat ik voor me een jongeman zie die aangeeft nog niet klaar te zijn met het leven en juist naar het gesprek met mij is gekomen om te onderzoeken wat er mogelijk is om zijn leven op de rit te krijgen. Daarvoor heeft hij verteld dat hij hopeloos is en niet meer weet hoe hij verder moet. Hij slaapt slecht, is ontzettend moe, merkt dat hij dingen gaat vergeten op zijn werk en een steeds korter lontje krijgt. Daarnaast gebruikt hij meerdere soorten drugs, heeft hij grote schulden (niet door zijn toedoen ontstaan) en heeft hij geen eigen huis. Uitzicht op een leven waar hij van droomt; huisje, boompje, beestje, heeft hij niet.

Gedurende het gesprek spelen de vraag van deze man (heeft u beroepsgeheim?) en het wapen, door mijn hoofd. Het zit me niet lekker en ik weet niet precies hoe te handelen in deze situatie. Dit heb nog niet eerder bij de hand gehad. Wel heb ik jarenlange ervaring in de cliëntondersteuning én hulpverlening en weet ik (door schade en schande) hoe belangrijk het is om bespreekbaar te maken wat zich nu ín mij afspeelt en hier open over te zijn. Vooral ook gelet op de openheid die deze man naar mij toont en de motivatie om zijn leven een andere wending te willen geven. Verder heb ik me tijdens het gesprek geen moment bedreigd of onveilig gevoeld en zie ik een samenwerking met hem zitten.

Aan het eind kom ik op zijn vraag terug. Ik vertel hem dat ik dit binnen MEE bespreekbaar moet maken. Diezelfde dag heb ik een intervisiebijeenkomst met mijn collega’s. Ik zeg hem toe dat ik deze situatie anoniem zal inbrengen en dat ik hem op de hoogte houdt over het vervolg. Dat als ik acties moet uitzetten of als het niet meer anoniem kan blijven, dat ik hem dit zal laten weten. Hij knikt dat hij dat begrepen heeft en zo gaan we uit elkaar.

Tijdens mijn intervisie wordt al snel duidelijk dat mijn collega’s ook vinden dat ik wel degelijk iets moet met wat mij verteld is. Diep van binnen weet ik dit, maar het allerliefst had ik gehad dat er was gezegd ‘nee joh, hier hoef je niets mee’. Waarom? Omdat ik geen idee heb welke kant dit op gaat en ook omdat ik compassie voel voor de man die ik gesproken heb. Ik gun hem een ander leven en zie mogelijkheden om de ommezwaai te maken.

Ik heb meer back-up nodig, dus ik mobiliseer mijn leidinggevenden en gedragsdeskundige. Zij geven mij terug dat ik, na de sessie met mijn intervisiegroep, prima weet wat te doen en dat ze op de achtergrond bereikbaar zullen blijven voor overleg. Ik voel me gesteund door al deze meedenkkracht!

Mijn volgende stap is dat ik contact opneem met de politie en vraag naar de wijkagent. Deze is niet bereikbaar en ik word doorverbonden naar de wachtcommandant. Nadat ik de situatie heb toegelicht, vraagt hij mij wat er zal gebeuren als zij nu naar het huis van mijn cliënt gaan om daar het wapen te gaan zoeken. Ik geef aan dat ik dit ingewikkeld vind, omdat ik met de cliënt heb afgesproken dat ik het anoniem bespreekbaar maak en hem zal inlichten als er stappen gezet moeten worden. Daarnaast is het 1 op 1 herleidbaar dat deze melding van mij af komt. Op dat moment merk ik dat ik (ondanks mijn onderbuikgevoel dat deze cliënt oké is) niet kan inschatten wat deze actie voor gevolgen voor mij zou kunnen hebben (kan hij mij herleiden, komt hij dan naar mij toe, etc.).

De wachtcommandant geeft aan dat hij dit snapt en samen met mij wil kijken wat er wél kan en wil aansluiten bij hoe ik het tot nu toe heb aangepakt met deze man. Whow, wat geweldig!! Dat is nog eens aansluiten en samenwerken! Het alternatief dat hij geeft is dat de cliënt het wapen ergens gaat neerleggen op een plek waar weinig mensen zijn en uit het zicht. Als hij dit gedaan heeft kan mijn cliënt Meld Misdaad Anoniem bellen en aangeven waar het wapen ligt. Vervolgens zal de politie deze plek gaan checken of het wapen er ligt en mij hiervan op de hoogte stellen. We spreken af dat er tijden met mijn cliënt afgesproken moeten worden, zodat als hij zijn wapen toch niet wegbrengt, ik alsnog een melding (met naam/adres) bij de politie moet gaan doen aan het eind van de dag.

Na deze afstemming met de politie bel ik mijn cliënt op. Ik geef aan dat ik bel naar aanleiding van het gesprek en dat ik daar een man gezien heb die diep zit, maar ook de intentie heeft om met zijn leven aan de slag te gaan. Hij beaamt dat dit zo is. Ik benoem dat we de afspraak hebben gemaakt dat ik hem op de hoogte houd over wat te doen met datgene wat hij mij verteld heeft. De stappen die gezet zijn licht ik toe en ook het voorstel dat er ligt om het wapen anoniem in te leveren bij de politie. ‘Dat is prima’ hoor ik hem zeggen. Ik ben enigszins verbaasd over de snelheid en zekerheid waarmee hij dat zegt.

Wel heeft hij vragen over het hoe dit doen en samen bespreken we hoe hij hier uitvoer aan kan geven. Ook spreken we een tijd af waarop dit alles door hem gerealiseerd moet zijn die avond. Dat ik mijn telefoon aan houd, zodat we ook die avond contact kunnen houden. Hij klinkt opgelucht en ik heb er vertrouwen in dat hij zijn woord nakomt. Al is daar ook een stemmetje met ‘je weet maar nooit’ en ‘eerst zien dan geloven’.

Die avond merk ik enige spanning bij mezelf over hoe het gaat verlopen. Toch heb ik geduld en wacht ik tot hij contact met mij opneemt en niet andersom. Rond de afgesproken tijd is daar het appje dat hij het wapen nu weg gaat brengen. Ik reageer terug met een duimpje. Even later gaat de telefoon, het is mijn cliënt, hij heeft het wapen weggelegd en Meld Misdaad Anoniem gebeld, maar die hebben hem doorverbonden met de plaatselijke politie. Hij is daar zo van geschrokken dat hij de verbinding heeft verbroken en nu niet meer weet of hij dit nog wel wil doen. Het liefst brengt hij het wapen terug naar de daadwerkelijke eigenaar. ‘ik snap helemaal dat je geschrokken bent en hebt opgehangen’ zeg ik. Dit was niet hoe we het hebben doorgesproken, dus onder de spanning waarin hij nu zit, snap ik zijn reactie volledig.

Ik vraag aan hem hoe weet ik zeker dat hij dat wapen naar de eigenaar brengt. En dat ik het toch een prettig idee vindt als dat wapen bij de politie is. Mijn cliënt geeft mij terug wat hij nog meer kan doen om aan te geven dat hij te vertrouwen is, dan wat hij nu doet ‘contact met mij opnemen en onderhouden gedurende deze situatie’? ‘Je hebt helemaal gelijk” geef ik hem terug en ook dat ik het prettig vindt dat we dit ‘samen’ doen. Ik vraag wat hij nodig heeft om toch door te zetten en het wapen weg te leggen. Hij geeft aan nog wat vragen te hebben voor de politie. Ik zeg hem toe dat ik deze met de politie ga bespreken en hem daar over terugbel. Met de antwoorden van de politie neem ik even later weer contact met hem op en (gelukkig!) is hij bereid zijn wapen wederom weg te leggen en te bellen.

Vol spanning wacht ik het volgende contact af. Daar is een appje ‘welk nummer moest ik nu bellen’, ‘dat 0800 nummer’ geef ik aan, ‘maar die zeggen weer dat ik 09008844 moet bellen. Ik word hier heel zenuwachtig van’ geeft mijn cliënt op de app aan. Ook nu snap ik de reactie van mijn cliënt en ben ik ‘bang’ dat hij gaat afhaken. Het is klaar vind ik! Dit duurt te lang!

Ik laat mijn cliënt weten dat hij mij de locatie van het wapen mag appen en dat ik deze aan de politie zal doorgeven. Dit had ik ook al met de politie doorgesproken als uiterste actie. Pling, pling …….daar staat het … dé locatie van het wapen. Ik neem contact op met de politie en geef dit door. Ondertussen is het bijna middernacht en mijn collega’s die nog steeds als back up betrokken zijn,  geven voorzichtig naar mij aan of ik misschien toch niet ‘in het ootje genomen wordt. Maar ik kan én wil dit niet geloven gelet op het contact dat ik met deze man heb.

Uiteindelijk komt er de uitspraak van de politie ‘het wapen is gevonden, het was een terechte melding’. Yes wat een opluchting. Hij is zijn wapen kwijt en kan zijn energie nu steken waarmaken van zijn droom.  Én wat ben ik blij dat mijn beeld klopt van deze man en onze samenwerking kunnen voortzetten. Snel bel ik hem op en ook bij hij klinkt opgelucht. ‘Dank je wel voor de samenwerking’, ‘ontzettend knap dat je hebt volgehouden en in contact bent gebleven’ geef ik hem terug. ‘Dat komt ook omdat jij steeds reageerde’ geeft hij mij terug.

We maken een afspraak voor 3 dagen later om elkaar te zien. Tijdens het gesprek vraagt hij heel voorzichtig aan mij ‘of ik gedacht heb wat is dat nou voor rare, criminele man?’, ik geef hem terug dat ik me geen moment onveilig heb gevoeld en dat ik er steeds vertrouwen in heb gehad dat dit goed zou aflopen. Met een trillende onderlip en een kleine glimlach op zijn gezicht kijkt hij mij aan. Het lijkt of hij geraakt en trots is dat hij dit terugkrijgt en het hem een boost geeft in zijn zelfvertrouwen. We gaan verder met het gesprek over welke stappen hij gaat zetten om zijn droom te verwezenlijken.

Moraal;
Er is lef getoond, door zowel de cliënt om dit te vertellen, door politie om zo aan te sluiten en door mij om naast de cliënt te blijven staan en hem te ondersteunen bij de eerste belangrijke stap om zijn leven weer op te pakken: het wapen wegdoen. Dit is essentieel, omdat het feit dat het wapen weg is ruimte creëert om over andere opties na te denken om zijn leven op te pakken. Door de juiste stappen te nemen, navraag te doen bij collega’s, naast de cliënt te staan, hem de regie en het vertrouwen te geven is de basis gelegd voor een nieuwe toekomst voor deze man.

 

 

Warme overdracht van gedetineerde naar betaalde baan

11, jun, 2018

DJI en MEE starten plan van aanpak voor gemeenten

Dienst Justitiële Inrichting (DJI) en MEE starten een gezamenlijke aanpak om ervoor te zorgen dat ex-gedetineerden aansluitend aan hun detentie betaald werk vinden en behouden. Monique Schippers, divisiedirecteur Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring bij DJI, en Yvon van Houdt, directeur MEE NL, tekenden hiervoor op 28 mei een samenwerkingsovereenkomst.

Het vinden van betaald werk is een belangrijke voorwaarde voor ex-gedetineerden om niet terug te vallen in crimineel gedrag. Van Houdt: ”Deze mensen hebben vaak niet alleen een afstand tot de arbeidsmarkt, maar kampen vaak ook met andere problematiek als schulden en het vinden van een woning. Wij begeleiden hen bij alle levensgebieden, zodat ze zich volledig kunnen inzetten voor hun werkgever.’ Schippers: ”Met deze aanpak krijgen werkgevers een inzetbare en gemotiveerde werknemer, de gemeente heeft minder zorg rond uitkering en overlast. En de gedetineerde krijgt een grotere kans op een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan. Als dit slaagt, hebben we goud in handen!”

DJI en MEE bundelen hun expertise voor het opzetten van een begeleidingsproject, voor gemeentes, waar deze kwetsbare mensen zich vestigen. De ontwikkeling van deze aanpak gebeurt aan de hand van een pilot tot 1 april 2019 bij vier penitentiaire inrichtingen (PI’s): Veenhuizen, Dordrecht, Arnhem en Sittard/Roermond.

De begeleiding richting werk begint al tijdens detentie; gedetineerden kunnen deelcertificaten behalen en werkervaring opdoen in gecertificeerde leerbedrijven, binnen of buiten de PI. Twee maanden voor de einddatum detentie start de overdracht naar MEE en wordt de gedetineerde aangemeld bij de gemeente waar hij zich gaat vestigen. MEE begeleidt de gedetineerde bij het voldoen aan de voorwaarden, die nodig zijn voor het verkrijgen van betaald werk, zoals het hebben van een praktijkverklaring, het behalen van een certificaat of het doorstromen naar een MBO-opleiding. Deze begeleiding, die minimaal zes maanden duurt, wordt gefinancierd door DJI.

Het doel van de pilot is om met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en werkgevers een financieringskader te ontwikkelen, waarin alle genoemde partijen verantwoordelijkheid gaan nemen voor werk aansluitend op detentie. Na 1 april 2019 zal DJI geen vergoeding meer verstrekken voor deze ondersteuning van MEE, omdat dit een verantwoordelijkheid van gemeenten is.

Over MEE en MEE NL
MEE NL is de coöperatieve vereniging van 20 regionale MEE-organisaties. MEE ondersteunt mensen met een beperking en hun netwerk op alle levensgebieden en in alle levensfasen zodat zij naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving. MEE is dagelijks actief voor meer dan 300 gemeenten en werkgevers en is daarmee dé participatiepartner voor inclusief ondernemen en beleidsondersteuning.

UWV omarmt Integrale Arbeidscoach van MEE

14, mei, 2018

Duurzame inzet mensen met arbeidsbeperking vergt integrale aanpak

Na een periode van overleg, ontwikkeling en toetsing heeft UWV de Integrale Arbeidscoach van MEE formeel erkend. Dit betekent dat werkgevers de Integrale Arbeidscoach onder dezelfde financiële voorwaarden kunnen inzetten als reguliere jobcoaches. Hiermee is een nieuwe vorm van ondersteuning beschikbaar om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam in dienst te nemen en/of te houden.

Onderzoek heeft uitgewezen dat duurzame inzet van mensen met een arbeidsbeperking een brede blik en een integrale aanpak vereist. Alleen inzoomen op arbeidsomstandigheden – het uitgangspunt van het huidige aanbod jobcoaching – werkt slechts tijdelijk. Het tegelijkertijd signaleren én aanpakken van andere obstakels rondom het arbeidsvraagstuk, verbetert de continuïteit van de inzet van iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt aanzienlijk.

Verder kijken dan werk
Een voorbeeld van deze integrale werkwijze is de begeleiding door MEE van een werknemer met een lichte verstandelijke beperking. Bij het breed analyseren van de situatie werd duidelijk dat deze werknemer belemmeringen in de woon- en vervoerssituatie had. Deze belemmeringen hadden invloed op de inzet van de werknemer op de werkvloer. Janneke Burgers van MEE vertelt: “Onderzoek bevestigt dat uitval bij mensen met een beperking op de werkvloer vaak niet werk gerelateerd is, maar veroorzaakt wordt door factoren in de thuis- of bijvoorbeeld financiële situatie.” De aanpak van de Integrale Arbeidscoach van MEE richt zich op het wegnemen van die barrières die de arbeidsinzet negatief beïnvloeden en gebruikt daarbij het brede netwerk en de ervaring van MEE in het effectief ondersteunen van mensen met een beperking. In dit geval werd de woonsituatie opgelost in samenwerking met de woningcoöperatie en koos de werkgever er op basis van de analyse voor de werknemer een rijvaardigheidstraining en een scooter aan te bieden.

Integrale Arbeidscoach vult reguliere jobcoach aan
De arbeidscoach van MEE kan autonoom, maar ook naast een reguliere jobcoach ingezet worden, waarbij de Integrale Arbeidscoach van MEE de inzet-beperkende omstandigheden onder de loep neemt die verder gaan dan alleen het stukje werk. Dit leidt tot een plan van aanpak op maat. De integrale aanpak beperkt zich daarnaast niet alleen tot het begeleiden en coachen van de individuele medewerker met een arbeidsbeperking; de aanpak van MEE richt zich ook op het begeleiden van de werkgever én de directe collega’s.

Gezamenlijke participatie- en inclusieopdracht
“We hebben deze dienstverlening ontwikkeld, omdat we zien dat de inzet van mensen met een beperking en het helpen van werkgevers ten aanzien van het wet- en regeldoolhof, een integrale aanpak vraagt”, aldus Janneke Burgers. “Met de erkenning van UWV zijn we klaar om werkgevers en gemeenten te begeleiden, te ontzorgen en te ondersteunen bij de invulling van de gezamenlijke participatie- en inclusieopdracht.” Ze vult aan: “De arbeidsmarkt wordt steeds krapper, alle arbeidspotentieel moet worden ingezet, de werkgevers zijn daarbij op zoek naar hulp en MEE kan deze dienstverlening aan hen leveren”.

Mijn stamkroeg het Tonnetje; toegankelijk voor iedereen (Blog)

06, feb, 2018

Door Ria Brands

Elke woensdagavond hou ik vrij voor mijn schilderavond bij het Vrij Atelier. Schilderen is mijn passie en op die avond kan ik daar heerlijk aan toegeven. Zonder deze avond zou ik er door mijn fulltime baan niet zo aan toe komen.

Na het schilderen drinken we meestal een wijntje in onze stamkroeg. Daar kom je dan vaak dezelfde mensen tegen. Er wordt regelmatig door een vaste groep gebiljart en voetballiefhebbers kijken er op woensdagavond weleens een wedstrijd. Het is er dan een beetje drukker dan normaal. Tegen de tijd dat wij er komen, wordt er flink over de wedstrijd nagepraat als die al is afgelopen. Het is echt zo’n stamkroeg: klinkertjes op de grond waarbij deze erg oneffen wordt. Je ruikt nog af en toe dat er flink gerookt is in het verleden. Bij erge kou gaat er rond de deur een groot fluwelen gordijn dicht. En het is er altijd een beetje schemerig.

In de kroeg loopt ook poes Tonnie rond. Hij is de koning van de kroeg. Hij mag bijna overal komen en springt op de bar, op de tafels of bij de mensen op schoot. Hij krijgt van iedereen genoeg aandacht en als hij naar binnen of buiten wil is er altijd iemand die even de deur voor hem open doet. Een tijd terug was er op het nieuws dat er een nieuw concept was, het kattencafé, ergens in Brabant. Het concept was ook al in Amsterdam en Utrecht. Het concept was overgewaaid uit Japan, Engeland en de verenigde staten, waar het erg populair is. Nu, wij hebben dat concept al jaren in ons dorp.

Wie er ook altijd is, is Francien. Francien is lichamelijk gehandicapt. Zij rijdt in haar elektrische rolstoel overal naar toe, dus ook naar de kroeg. Hoewel de bar niet op haar hoogte is, staat ze met haar rolstoel wel vaak tussen de andere mensen die op de barkrukken zitten. Er is ook hier altijd wel iemand die haar drankje van de barman aan haar doorgeeft. Ze zit daarnaast vaak de biljarters aan te moedigen bij een thuiswedstrijd. Zij spelen op de woensdagavond hun competitie tegen de andere kroegteams. Tonnie, de poes, laat zich graag aaien door Francien en strijkt dan op haar schoot neer.

Op zo’n woensdagavond komen vaak dezelfde mensen. Alleen in de vakanties kan het zijn dat er opeens een invasie is van jeugd die dan door de weeks ook naar de kroeg gaat. En heel soms is er een verdwaalde vakantieganger die het Tonnetje weet te vinden. Als wij binnen komen staat onze vaste tafel al klaar en worden onze drankjes naar ons toe gebracht. Als er wat minder stamgasten zijn dan maken we een praatje met Francien. Ze komt dan even aan onze tafel rijden. En als Francien naar huis gaat is er altijd een bereidwillige stamgast die even de deur voor haar open doet. Er is geen aangepaste wc in de kroeg. Zelfs voor een doorsnee bezoeker is het een avontuur om de wat gedateerde toilet te bezoeken. Maar, Francien heeft geen toilet nodig. Dan rijdt ze wel naar huis, een paar huizen verder in de straat. En zo is Francien helemaal geïntegreerd en vaste stamgast van het Tonnetje.

Kleine moeite, groot geluk (Blog)

29, jan, 2018

Door Janine van Loenen

Maatjesproject is een project waarbij we mensen met een beperking stimuleren om zelf een maatje te zijn voor een ander. Dat kan iemand met een beperking zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn voor elkaar, de ander ontmoeten, daar gaat het om bij maatjesprojecten. Lees het verhaal van Ingrid, Susan, Karlijn en Bente.

Alleenstaande moeder Ingrid (28) zingt samen met haar dochter Karlijn (9) in een tv-programma. Wanneer Bente (9) samen met haar moeder Susan (35) deze uitzending bekijkt is er meteen herkenning. “Mama, dat zijn wij! Ik ben even oud als Karlijn en haar moeder zit ook in een rolstoel, net als jij!”. Vanaf dat moment laat dit stel Bente niet meer los. Filmpjes van het optreden worden keer op keer opgezocht en afgespeeld en ze moest en zou dit meisje leren kennen. Na wat zoeken bleken ze ook nog redelijk bij elkaar in de buurt te wonen.

Bente blijft over Ingrid en Karlijn praten. Vooral de herkenbaarheid spreek Bente aan. “Ik ben de enige die een moeder heeft in een rolstoel. Nu is er een ander meisje dat ook zo’n bijzondere moeder heeft!” Karlijn zelf heeft dat ook altijd aangegeven; “Waarom zijn er geen andere moeders in een rolstoel op het schoolplein?”. Beide meiden hebben een ander rolmodel dan bijvoorbeeld vriendinnetjes in de klas.

Als een groupie naar een pretpark
Tijdens een warme zomerdag in 2017 hebben Susan en Bente een moeder-dochteruitje in de stad. De vader van Bente is met haar broertje in een pretpark in de buurt. Halverwege de middag krijgt Susan een appje: “Karlijn is hier met haar moeder en broertje!”. Bente is niet meer te houden en moet en zal naar het pretpark gaan! Daar aangekomen is het toch wel wat moeilijk om Ingrid en Karlijn direct aan te speken. Susan en Bente besluiten om ergens strategisch te gaan staan waardoor ze bijna niet om elkaar heen kunnen. Vooral als twee moeders elkaar moeten passeren in een rolstoel. Grappig genoeg is Ingrid degene die als eerste wat zegt. Ook haar valt het meteen op dat beide gezinssituaties op elkaar lijken. Er wordt een gesprekje aangeknoopt en Karlijn en Bente zijn binnen no time samen door naar de volgende attractie! Ingrid voelt zich nog wat bezwaard: “Vinden jullie het niet erg dat ik zomaar bij jullie gezinsuitje kom inbreken?”. Susan vertelt daarop lachend dat ze zich eigenlijk als een soort van groupie gedragen hebben. Die dag blijkt er meteen een klik te zijn! Tussen de twee jonge dames, tussen de moeders en tussen de jongere broertjes Jesse (4) en Sven (5).

Best Friends Forever (BFF)
Na deze middag in het pretpark worden de bezoekjes uitgebreid. Karlijn en Bente gaan samen naar de musicalschool op maandagmiddag. De hele familie van Susan gaat dan naar Ingrid. De jongens spelen met elkaar als de meiden naar les zijn en na afloop eten ze met elkaar. Ook worden er regelmatig spontane uitjes en ontmoetingen georganiseerd. De vriendschap die er is ontstaan is belangrijk voor Karlijn. Ingrid vertelt dat Karlijn veel vriendinnen heeft. Maar als het tot een uiteindelijk keuze moet komen staat Bente bovenaan. Bente heeft ooit een netwerkcirkel getekend: wie staan er allemaal om je heen in je leven. Karlijn stond is de binnenste cirkel. Bente geeft zelf aan dat Karlijn haar BFF is. Ze vindt Karlijn grappig en ze kletsen veel.

Er voor elkaar zijn
Ook Susan en Ingrid hebben veel gemeen. Waar loop je tegenaan binnen de zorg bijvoorbeeld? Maar ze delen ook veel dingen met elkaar die niet met de rolstoel te maken hebben. Ze zijn een luisterend oor voor elkaar. Bij de geboorte van de jongste zoon van Susan is Ingrid op bezoek geweest is het ziekenhuis. En andersom is Susan er tijdens bezoekuren wanneer Ingrid in het ziekenhuis ligt. Allemaal op basis van gelijkwaardigheid, herkenning en er gewoon zijn voor elkaar.

Eetcafé voor de eenzamen (Blog)

22, jan, 2018

Door Ria Brands

Met mijn moeder (91) en mijn gehandicapte zus (51) ga ik nu al ruim een jaar elke tweede maandag van de maand naar het eetcafé in ons dorp. Er wordt heerlijk gekookt door een heuse kok die dat samen met zijn vrouw vrijwillig doet. Altijd een zelf getrokken soepje vooraf, dan een uitgebreide maaltijd, een dessert (niet zijn grootste passie) en ter afsluiting een kopje koffie of thee met een koekje. Vor een bedrag van 7 euro. Het eetcafé wordt in samenwerking met vier organisaties georganiseerd. Een welzijnsorganisatie, een zorgorganisatie voor ouderen en twee zorgorganisaties voor verstandelijk beperkten.

Er komen elke maandag ongeveer 50 mensen naar het eetcafé. In het begin bleken veel groepjes naar het eetcafé te komen. De organisatie vond dat lastig en bedacht de regel dat als je binnen komt je een gekleurd kaartje krijgt en dan naar de tafel moet waar die kleur ook ligt. Bij de introductie van dit systeem was er veel weerstand. Zo ook bij mijn moeder die weinig uit eten gaat en graag zelf wil kiezen waar ze zit. Zo komt er ook een vriendin van haar die ze niet meer zo vaak ziet omdat ze beiden slecht ter been zijn. Ze is dan blij om deze vriendin op het eetcafé weer tegen te komen en bij haar te kunnen zitten. Na wat aandringen heb ik voor elkaar dat ik in ieder geval bij mijn moeder en zus kan zitten op zo’n avond. Verder verbaas ik me er dan over dat zoveel bezoekers het maar over zich heen laten komen en er niets van durven te zeggen.

Het was september en zoals elke keer werd de avond door een van de organiserende partijen geopend. Met grote verbazing hoorde ik aan wat er gezegd werd. Dat het goed was dat door de regel van gekleurde briefjes nu niet meer die groepjes (ouderen) kwamen die bij elkaar wilden zitten. Dat dit een eetcafé voor de eenzamen was (?) met de bedoeling om elkaar beter te leren kennen. En daarom was het onderwerp waar we over moesten praten vanavond: de vakantie. Waar ben je deze vakantie naar toe geweest? Ik kijk mijn tafel rond en vroeg wie er op vakantie was geweest. Het zijn ouderen van over de 80 jaar en enkele verstandelijk gehandicapten. Nee, niemand was weggeweest. Dit onderwerp had totaal geen aansluiting bij de doelgroep van het eetcafé.

Na deze keer werd er gelukkig geen onderwerp meer voor het gesprek aan tafel gegeven. De koks doen hun werk uitstekend. Er zijn enkele vrijwilligers die al de hele middag bezig zijn om alles voor de koks te snijden en te zorgen dat de tafels gedekt zijn. Langzamerhand is er een vast groepje vrijwilligers. Elke keer is het weer een puzzel voor ze hoeveel schaaltjes waar neergezet moeten worden. Maar er begint iets van routine plaats te vinden. Tot vorige maand. Er was een heus muziekgezelschapje uitgenodigd en terwijl we binnen kwamen werd ons verteld dat de avond tot half 10 duurde i.p.v. 8 uur. Klein probleempje was dat ze dat vergeten waren om van te voren aan de deelnemers te melden. Zo moesten (wilden) toch verschillende mensen eerder weg. En, niet onbelangrijk, is dit wat we willen? Het is een eetcafé, geen feestavond. En andere activiteiten vragen wellicht om een andere doelgroep of tenminste de vraag of we hier op zitten te wachten.

Ik zie de goede bedoeling wel. Alleen, ook hier zie ik dat effectief communiceren nog wel een dingetje is voor de meeste mensen. Echt aansluiten bij de doelgroep.

In de loge van het Theaterhotel Almelo (Blog)

17, jan, 2018

Door Ria Brands

Een paar maanden geleden was de Van Koetsveldlezing 2017. Samen met twee ervaringsdeskundigen, Geert (in rolstoel) en Letty, verzorgde ik een werkplaats over waardigheid. Enkele jaren geleden was de lezing ook in Almelo en ik had wist uit ervaring dat we niet overal met een rolstoel in het theater konden komen. Zo kon je met een rolstoel niet voor in de zaal komen. Dat was toen wel heel vervelend. De 300 deelnemers zaten allemaal in de zaal, waar plaats is voor 800 mensen, maar de rolstoeler moest op het balkon plaatsnemen. We zaten toen met enkele mensen best geïsoleerd van de rest. Ook werd de werkplaats in een ruimte gehouden waar we niet met een rolstoel konden komen en moest op het laatste moment nog van ruimte gewisseld worden. Lastig was dat.

Dus deze keer had ik van te voren aangegeven dat één van de ervaringsdeskundigen in een rolstoel zat en ik had gevraagd of ze inmiddels de toegankelijkheid van het theater beter hadden geregeld. Ze stelden mij gerust dat de werkplaatsruimte te bereiken was met een rolstoel en ook voor de zaal hadden ze prachtige plekken voor rolstoelers. We hadden er zin in. Geert, Letty en ik hadden ons goed voorbereid en waren lekker op tijd in onze werkplaatszaal om alles nog even goed door te nemen. Daarna genoten we van een heerlijke lunch in de foyer van het theater terwijl de deelnemers binnenstroomden.

Er waren meer rolstoelers dan de vorige keer. Bij andere organisaties wordt ook steeds meer met ervaringsdeskundigen gewerkt. Na de lunch begon eerst de centrale lezing in de grote zaal. De stroom mensen ging naar de ingang en de vier rolstoelers moesten via de speciale lift naar boven. Die ging niet erg snel en er kon maar één rolstoel per keer in. Om te kijken waar we moesten zijn ging ik alvast via de trap naar boven. Op de eerste etage was niemand te zien. Op de tweede etage zag ik ook niemand en ik liep naar de lift. Die ging open en er stond een rolstoeler in. De begeleider was ergens uitgestapt om de weg te vragen en had hem in de lift laten staan. Intussen stonden er nog drie rolstoelers in de wachtrij beneden. Eindelijk sprak ik beneden iemand die zei dat we op de eerste etage moesten zijn. Bij de lift zag ik dat Jetty en Geert daar inmiddels niet meer stonden en al weg waren. Dus ik ging ik naar de eerste etage op zoek naar hen. Redelijk geagiteerd kwam ik het eerste hokje binnen waar de rolstoelers mochten zitten. Ik had het zweet op de rug van mijn avontuur om op de goede plek te komen. Er stonden twee rolstoelers, maar geen Geert. Dus op naar het volgende hokje. Ja, daar waren ze. De voorzitter had op het podium de bijeenkomst al geopend, terwijl wij nog aan het installeren waren met rolstoelen en begeleiding. Voor ons waren de eerste 20 rijen leeg. Alle bezoekers zaten voorin. Ik vond het een groot gat tot de rest van het gezelschap.

“Stoppen ze ons in een hokje”, mopperde ik tegen Geert en Letty. “Ver van al de andere deelnemers”. Letty kijkt me verbaasd aan. “We zitten in de loge van het theater. Kijk eens wat een mooie plek we hebben”, zei ze. “We zijn hier netjes naar toe begeleid”, voegde ze er aan toe. En Geert beaamde dat. Even zo’n momentje dat ik bewondering heb hoe Geert en Letty in het leven staan. Dankbaar voor de dingen die op hun pad komen en de hulp die er voor hun is. En een hokje tot een loge kunnen omtoveren!

 

 

 

Het belang van een maatje hebben en een maatje zijn (Blog)

08, jan, 2018

Door Leonie Muiderman, ervaringsdeskundige Ervaar MEE

Een tijdje terug vroeg Daphne me of ik bij haar diploma-uitreiking wilde zijn. Op het moment dat ik in haar leven kwam, was ze net begonnen aan haar vierde leerjaar op de havo. Ze had het niet naar haar zin op school, vond het lastig om contacten te leggen en hikte nog behoorlijk aan tegen de twee jaren dat ze nog voor zich had liggen wat het afronden van haar havo betreft. En nu was het dan eindelijk zover: Daphne kon haar havodiploma in ontvangst gaan nemen. Natuurlijk wilde ik hier dolgraag bij zijn.

Via het programma Mentor Support aan de VU te Amsterdam, ben ik in 2015 met Daphne in contact gekomen. Ze was op dat moment een meisje van 15 jaar en vond het ingewikkeld om contacten op te bouwen met leeftijdsgenoten in haar woonplaats aangezien ze iedere dag ca. 90 km moest afleggen met de taxi om naar school te gaan. Dat komt omdat ze op een speciale school in Zeist zat voor visueel gehandicapten (ze is vanaf haar geboorte blind). Hierdoor was ze lange dagen van huis en had ze weinig energie over om na school contacten te onderhouden in de buurt of te sporten. Door middel van Mentor Support hebben we wekelijks contact met elkaar gehad en kon ze haar verhaal aan me kwijt. Daarbij hebben we ook iedere maand een activiteit ondernomen om te werken aan haar zelfstandigheid. Zo hebben we samen contact gelegd met het buurtcentrum in haar woonplaats en met een ander Mentor Support koppel. Ook hebben we een aantal keer met het openbaar vervoer gereisd. Want daar sta je niet bij stil als goedziende, maar dit vereist een goede voorbereiding, een portie durf en doorzettingsvermogen. Uiteindelijk hebben Daphne en ik een goede band met elkaar opgebouwd.

Ook ben ik via het maatjesproject van stichting de Kap in Apeldoorn aan een man gekoppeld met PDD NOS. Ik heb deze man gedurende een periode ondersteund bij het in kaart brengen van zijn sociale netwerk. Hij heeft mijn luisterend oor als fijne steun ervaren. Het geeft me voldoening om een helpende hand of luisterend oor te bieden aan mensen die het goed kunnen gebruiken om uit een sociaal isolement te komen. Ik weet hoe fijn het is om hier een helpende hand in te krijgen. In 2001 ben ik als 17-jarige in een achtbaan van emoties, verandering en verlies van lichaamsfuncties verzeilt geraakt. Dit doordat ik nog geen maand na mijn 17e verjaardag te horen kreeg dat ik een tumor in mijn hersenen had waar ik direct aan geopereerd moest worden. Mijn leven en dat van mijn familie, stond op z’n kop. En daarna is mijn leven nooit meer geworden wat het ooit is geweest. Ik moest om leren gaan met verschillende beperkingen. Dit maakte dat ik me enorm eenzaam ging voelen, omdat het leven van mijn leeftijdsgenoten en van mij steeds verder van elkaar af kwamen te staan. Op dat moment heb ik – toen nog met de hulp van mijn ouders – contact gezocht met een maatjesproject in Apeldoorn. Ik heb toen een jaar lang contact gehad met een meisje dat een jaar ouder is dan ik ben. We hebben regelmatig activiteiten ondernomen om een start te maken aan het opbouwen van mijn zelfvertrouwen. Ook ik kijk terug op een fijne tijd met haar.

Zij heeft me enorm geholpen met het er alleen al voor me zijn. Ik weet hoe belangrijk dit is en daarom heb ik ook met veel plezier de bovenstaande mensen geholpen in een lastige periode in hun leven.

Niet de handicap veroorzaakt problemen, maar de wijze waarop onze samenleving is ingericht (Blog)

08, jan, 2018

Door Anja Wouters , Adviseur Inclusie en Projectleider MEE Samen

Mensen met een beperking doen nog onvoldoende mee in de Nederlandse samenleving. Dat staat in een rapport van het College voor de Rechten van de Mens, dat onlangs is aangeboden aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gehandicapten ondervinden grote belemmeringen op het gebied van arbeid, zelfstandig wonen, onderwijs en toegankelijkheid van openbare ruimten.

In Nederland wonen minstens twee miljoen mensen met een beperking. Dat zijn bijvoorbeeld mensen in een rolstoel, maar ook mensen die doof, slechtziend of blind zijn. Of een verstandelijke of psychische beperking hebben. En ook mensen met dyslexie, taalproblemen, autisme of een chronische aandoening hebben een beperking waarmee volgens het VN-verdrag rekening moet worden gehouden.

Het vinden van werk is een van de grootste problemen. Zo hadden mensen met een beperking in 2015 en 2016 twee keer zo vaak geen werk dan mensen zonder beperking. En uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de helft van de bedrijven niet van plan is om mensen met een beperking in dienst te nemen. Werkgevers vinden het vaak gedoe om gehandicapten in dienst te nemen, omdat procedures voor extra voorzieningen vaak ingewikkeld zijn en lang duren.

Bedrijven zouden wel meer willen werken met mensen met een beperking, maar vinden het moeilijk om inzicht in personeel met een beperking te krijgen. Vragen die zij vaak hebben, zijn: waar vind ik mensen met een beperking en wat kunnen ze? Ook is het onduidelijk welke risico’s het aannemen van een werknemer met een beperking met zich meebrengen, zoals uitval door ziekte of inzetten van begeleiding. Het wordt heel moeilijk gemaakt voor mensen met een beperking. Sommige bedrijven geven aan dat er geen geschikte functies zijn of geen nieuwe medewerkers nodig zijn. Ook zou er te weinig capaciteit zijn om de medewerkers met een beperking goed te begeleiden. Werkgevers kennen ook vaak de regelingen niet die er zijn voor deze doelgroep, zoals loonkostensubsidie of de no-riskregeling bij ziekte. Verder worden Wajongers per 1 januari 2018 gekort op hun uitkering. In plaats van 75 procent van het minimumloon krijgen ze nog maar 70 procent. Daar kunnen zij niet van rondkomen, want vanwege hun handicap, hebben zij vaak veel extra kosten.

De meeste bedrijven voelen zich wel verantwoordelijk voor het in dienst nemen van mensen met een beperking, maar vaak worden er geen concrete maatregelen genomen om dat ook mogelijk te maken. Er worden niet genoeg banen gecreëerd. Eerder heeft het kabinet afgesproken dat er tot 2026 in totaal 125.000 banen voor gehandicapten bij moeten komen: 25.000 bij de overheid en 100.000 bij andere werkgevers.

Ashley Bakker uit Dordrecht vertelt: “Ik ben doof geboren, maar ik kan 70 procent horen dankzij een gehoorapparaat. Toch moet ik maandenlang solliciteren en ik heb geen recht op Wajong. Telkens word ik afgewezen omdat ik doof ben. Ik kan prima horen en praten, daar heb ik jarenlang voor moeten oefenen. Maar tevergeefs. Ik ben niet de enige dove in Nederland die gemotiveerd is om een baan te vinden. De werkgevers moeten ons een kans geven.” Helaas wordt Ashley beoordeeld op haar beperking. “Mensen met een beperking moeten ook gewoon als arbeidskracht worden gezien. Doven en blinden hebben geen andere beperking dan dat ze niet kunnen horen of zien. Ze hebben evenveel lerend vermogen als ieder ander, dus ze zouden net zo ver moeten kunnen komen. We moeten er als samenleving voor zorgen dat mensen met een beperking volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Niet de handicap veroorzaakt problemen, maar de wijze waarop onze samenleving is ingericht. Dit vergt aanpassingen van ons allemaal”, aldus Ashley.

Voor mensen die ondersteuning willen om deelname op het gebied van werk, onderwijs, wonen, omgaan met geld en vrije tijd mogelijk te maken, biedt een Toekomstcoach een goede uitkomst. Ondersteuning door de Toekomstcoach zorgt ervoor dat mensen, die door hun beperking afstand tot de arbeidsmarkt ervaren, niet tussen wal en schip raken en weten waar ze terecht kunnen met hun vragen. De Toekomstcoach brengt alle vraagstukken (ook bijvoorbeeld in de thuis- of financiële situatie) in beeld, kijkt naar wat er wel kan en zorgt ervoor dat mensen hulp uit hun omgeving of professionele zorg krijgen als dat nodig is. De Toekomstcoach is de verbindende schakel tussen alle betrokken partijen, ook de (mogelijke) werkgever, hulpverleningsinstanties en naasten. Hierdoor kunnen problemen worden opgelost en voorkomen. Mensen zitten hierdoor beter in hun vel en hebben meer toekomstperspectief!

Meer informatie over de Toekomstcoach